Overzicht augustus 2017

graphic-ENG-big

De maand augustus 2017 laat weer een behoorlijke lijst aan mensenrechtenschendingen zien. Staat van Beleg wist er 733 te rapporteren en nog 178 rapporten (zie ook ons archief).

 

– English text –

Memoricide

De historicus Ilan Pappé gebruikte de term ‘memoricide’ in de titel van hoofdstuk 10 van zijn baanbrekende boek ‘The Ethnic Cleansing of Palestine’. Het is het uitwissen van de herinnering aan de Palestijnse cultuur, die moet verdwijnen om plaats te maken voor zionistisch mythen. Vanaf 1947 begonnen de zionisten op grote schaal Palestijnse dorpen te vernietigen of over te nemen en later werden er grote bossen en parken aangelegd om de herinnering aan die Palestijnse aanwezigheid aan het oog te onttrekken. Het cynisme van de bezetter wordt goed geïllustreerd door het feit dat veel van die plekken tot toeristische trekpleisters werden omgevormd. Bijzonder schrijnend is het geval van de Mamilla-begraafplaats in Jeruzalem die teruggaat tot de Romeinse tijd en plaats moest maken voor onder andere een hotel, een park, een nachtclub en – jawel – een Museum van de Tolerantie. “De Mamilla-begraafplaats is een prominente hoeksteen van de Arabische, Islamitische en Palestijnse identiteit van de stad. Maar nu is het een vergeten plek.” (Pablo Castellani en Chiara Cruciati)

Ilan Pappé schrijft dat het hernoemen van Palestijnse plekken met Hebreeuwse termen – zowel voor aangekochte als voor met geweld ingenomen plekken – officieel al in 1920 begon. Toen al werd er een ‘Naamgevingscomité’ ingesteld met joodse geleerden die het land en diverse locaties van Hebreeuwse namen moesten voorzien. De geschiedenis van Palestina is duizenden jaren ouder dan de komst van de eerste Hebreeërs en het is niet meer vast te stellen waar de eventuele Hebreeuwse locaties, die veel jonger van datum zijn, zich precies hebben bevonden. Maar dat is ook niet relevant zegt Pappé, de Hebraïzering van de ontvolkte Palestijnse dorpen was “ideologisch en niet wetenschappelijk“. Vele jaren later moest ook de bekende Israëlische generaal Moshe Dayan het toegeven: “Er is niet één plek in dit land waar niet eerder Arabieren woonden.

Het is ondoenlijk om de duizenden voorbeelden te bespreken die vanaf eind negentiende eeuw een rol hebben gespeeld in het stelselmatig doen verdwijnen van de Palestijnse cultuur. We zullen er hier enkele aanstippen die als voorbeeld kunnen dienen voor wie zich verder in deze onverkwikkelijke materie wil verdiepen.

In een overzichtsartikel over deze cultuurdiefstal vraagt Roger Sheety zich terecht af wat er gebeurd zou zijn als de oorspronkelijke eisen van de zionisten waren ingewilligd (Stealing Palestine: A study of historical and cultural theft). De kaart van een Groot Israël uit eind negentiende eeuw was duidelijk geen vergissing, want tijdens de Vredesconferentie van Parijs in 1919 presenteerden de zionisten hun idee van de toekomstige joodse staat: deze moest naast Palestina ook delen van Egypte, Libanon en Syrië, alsmede geheel Jordanië. Zouden de Israëlische archeologen ook daar op zoek zijn gegaan naar “bewijzen” van een mythologisch Groot Israël? Een veel overtuigender voorbeeld is de Palestijnse traditie van handgemaakte en geborduurde kleding en sjaals. De wortels van deze proto-Palestijnse nijverheid gaan terug tot de periode van Kanaän, 1500 jaar voor Christus. Sheety gaat in op de diverse elementen die ons altijd als “Israëlisch” worden voorgeschoteld. Of het nu gaat om de Palestijnse keuken, de klederdracht, of de landbouw. Al het andere moet verdwijnen en daaronder vallen niet alleen historische plekken, maar bijvoorbeeld ook boeken en films. “Wat het zionisme zich niet eigen kan maken moet verdwijnen“, aldus Sheety.

Een ander overzichtsartikel van de hand van Kathryn Shihadah spitst zich toe op de archeologie (How Israel Weaponizes Archeology). Het oudste archeologische instituut ter wereld met een focus op Palestina, de in 1865 opgerichte Palestine Exploration Fund, heeft laten zien dat er een duizelingwekkende diversiteit aan gegevens te vinden is: van 40.000 jaar geleden tot het Ottomaanse Rijk aan het eind van de negentiende eeuw. Ook de Israëlische premier Netanyahu probeerde onlangs nog een duit in het zakje te doen met de vondst van een 2000 jaar oude munt, wederom een bewijs van “de diepe band van het volk van Israël met z’n land”. Helaas voor hem bleek al snel dat het om een replica ging, een herdenkingsmunt, zo’n 2000 jaar jonger dan de premier graag had gewild.

Kathryn Shihadah geeft als voorbeeld van de methode die de zionisten graag gebruiken de wijk Silwan in Oost-Jeruzalem. Tot 1967 was deze wijk bijna uitsluitend Palestijns, maar na de bezetting van Oost-Jeruzalem kwam er al snel een plan op tafel om te zorgen voor een Israëlische aanwezigheid van 75%. En dat gebeurde niet zachtzinnig: talloze uitzettingen van bewoners wier families daar al sinds Ottomaanse tijden hadden gewoond en talloze slooporders voor huizen, soms door gebruik te maken van vervalste documenten. Ook hier zien we hoe Israël toerisme inzet om de etnische zuivering te maskeren. Op het grondgebied van Silwan ontstond het ‘City of David National Park’, een zeer populaire attractie, maar zowel de entreegelden als de opbrengst van de verkoop van souvenirs door joodse kolonisten gaat naar Israël en de toerist wordt niet lastiggevallen met het feit dat dit nog niet zo lang geleden Palestijns gebied was.

‘Canada Park’ is een ander voorbeeld. Enkele kilometers ten noordoosten van Jeruzalem lag het Palestijnse dorp Imwas. Tot 1967. Toen werden zowel de 2000 inwoners van Imwas verdreven als zo’n 3.500 inwoners van twee andere dorpen. Deze mensen en hun families leven nog steeds als vluchtelingen. Het dorp werd met de grond gelijk gemaakt en er kwam een park voor in de plaats. Dit park werd gefinancierd – ca. 15 miljoen dollar – door Canadese joden die het deden voorkomen of hun bijdragen voortkwamen uit ‘liefdadigheid’, zodat ze aftrekbaar waren van de belasting. De Israëlische organisatie Zochrot die de Palestijnse geschiedenis uit de ruïnes tracht te reconstrueren zegt ook dat het geld van deze gulle gevers wordt gebruikt om Palestijns land te annexeren en dat is niet toegestaan volgens het Internationaal Recht (Jonathan Cook: Canada Park and Israeli “memoricide“).

Maar het kan altijd erger. Jaffa – de ‘Bruid van de zee‘ – was het epicentrum van de Palestijnse economie tot 1948. Terwijl de zionistische propaganda het deed voorkomen of zij “de woestijn tot bloei hadden gebracht”, exporteerde Jaffa in de jaren dertig tientallen miljoenen kisten citrusvruchten, met name de alom bekende Jaffa-sinaasappel. Maar Jaffa was ook belangrijk voor toeristen en pelgrims en het was bovendien het culturele centrum van Palestina, met vele belangrijke kranten en uitgevers. Voordat de zionisten in 1948 aan een wrede belegering begonnen had Jaffa, samen met nabijgelegen dorpen en steden, een bevolking van 120.000 inwoners. Na de militaire inname bleven er naar schatting nog zo’n 4000 over, de rest werd verdreven. En deze 4000 werden samengebracht in een openluchtgevangenis – de wijk al-Ajami – compleet met prikkeldraad en patrouillerende bewakers met honden. Ironisch genoeg waren het latere joodse inwoners, vluchtelingen uit Europa, die naar deze Palestijnse wijk verwezen als het “getto”. Het aantal Palestijnse vluchtelingen uit Jaffa met hun nakomelingen wordt nu geschat op zo’n 700.000. Velen van hen kwamen terecht in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever, of in Jordanië, vandaar dat men blijft spreken van een voortgaande Nakba of catastrofe. En deze mensen hebben ook niet de juiste papieren om hun stad terug te zien. Palestijnen in de diaspora met een Amerikaans of Europees paspoort maken meer kans, maar ook dat wordt steeds lastiger (Sami Abu Shehadeh en Fadi Shbaytah: Jaffa: from eminence to ethnic cleansing).

De archieven

Een bekende tegenwerping van mensen die geen kritiek op Israël dulden is dat er “twee kanten aan het verhaal zitten”. En dat is ook zeker zo. Alleen is het steeds duidelijker geworden waar die Palestijnse kant van het verhaal zit, die is namelijk grotendeels gestolen en opgeborgen in archieven van het Israëlische leger, het ministerie van Defensie en zelfs in Israëls nationale bibliotheek.

Zo’n vijf jaar geleden maakten Benny Brunner en Arjan El Fassed de documentaire ‘The Great Book Robbery‘. Het is het verhaal van de systematische diefstal van duizenden Palestijnse boeken en manuscripten sinds 1948. Zoals een onderzoeker bij toeval ontdekte zat ook daar een plan achter, het was onderdeel het doelbewust ontkennen van de Palestijnse cultuur.

En onlangs nog kwam het resultaat naar buiten van vele jaren onderzoek door de Israëlische kunsthistorica Rona Sela. Ze ontdekte ontelbare Palestijnse films en foto’s die in beslag waren genomen door het Israëlische leger. Aanvankelijk vooral in Palestina zelf, maar in 1982, toen het Israëlische leger Beiroet binnentrok, werden ook daar grote hoeveelheden Palestijns cultureel erfgoed in beslag genomen. Er zijn nog honderden films die Sela niet heeft kunnen bekijken, maar haar boodschap is duidelijk: Israël blijft tot op de dag van vandaag jagen op joodse eigendommen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen en volgens hetzelfde criterium zou Israël al het materiaal moeten teruggeven aan de Palestijnen (Ofer Aderet: Why are countless Palestinian photos and films burried in Israeli archives?).

Een belangrijk deel van de zionistische propaganda was gebaseerd op het ontbreken van deze archieven. Het was het woord van de Palestijnen tegenover een overmacht aan zionistische historici en onderzoekers. Daar kwam heel langzaam verandering in met iemand als Ilan Pappé, maar het tastbare bewijs dat wat de Palestijnen beweerden ook klopte bleef moeilijk te vinden. We weten nu waarom.

Recente voorbeelden

Hier volgen drie recente voorbeelden van de zionistische aanslag op de Palestijnse cultuur.

  • De Palestijnse dichteres Dareen Tatour heeft al bijna twee jaar huisarrest vanwege een gedicht dat ze op Facebook plaatste. Een solidariteitsbijeenkomst in het Arabisch-Hebreeuwse Theater in Jaffa werd bedreigd door rechts-extremisten die bijval kregen van enkele Israëlische ministers (Palestinian poet’s show trial goes on stage for all to see).
  • Ook musici worden gezien als een potentieel gevaar. In augustus kregen twee jonge musici uit de Gazastrook geen toestemming om deel te nemen aan een serie workshops in Jordanië, Palestina en Israël. Ze mochten alleen naar Jordanië. De musicus en componist Thomas Suárez schrijft dat binnen één jaar drie van zijn concerten in Palestina door Israël werden afgelast (Jonathan Ofir: Israel’s siege on Palestinian music en Amira Hass: So Ordered the Israeli Army: The Trumpeter and Violinist Can’t Leave Gaza for the West Bank).
  • De Palestijnse clown Muhammad Abu Sakha is net vrijgekomen, nadat hij twee jaar in een Israëlische gevangenis heeft doorgebracht. Zonder aanklacht of proces. Hij is ook veel meer dan een clown, hij is een opvoeder die probeert kinderen nog iets van een normaal leven mee te geven. Kinderen die onder de bezetting zijn opgegroeid en bijna dagelijks met Israëlisch geweld en vernederingen te maken hebben. Het is duidelijk dat Israël liever niet ziet dat Palestijnen een normaal leven leiden, want dat maakt de propaganda weer lastiger (Israel releases Palestinian clown after two years without trial).

De dood

Het zijn de intellectuelen, de schrijvers, muzikanten, artiesten, kunstenaars en dromers die mensen hoop geven. Zij laten zien dat er ondanks alles nog een manier is om om te gaan met een schijnbaar hopeloze situatie. Het was dan ook een zware klap toen vorige week de 22-jarige schrijver Mohanned Younis een eind aan zijn leven maakte. En ook de illustrator Moath al-Haj, pas 30 jaar, werd dood aangetroffen in zijn huis (Suicide and a lost generation: Gaza youth are dying before they can live).

Twee slachtoffers die symbool staan voor de onmenselijke tragedie die zich daar voltrekt. En dat alles had niet hoeven te gebeuren indien de publieke opinie in het Westen bijtijds was wakker geschud. Als we naar de gevolgen van deze memoricide kijken in de afgelopen zeventig jaar zou een dergelijk beleid zonder verdere omhaal een misdaad tegen de menselijkheid genoemd moeten worden.

Staat van Beleg

ARCHIEF MENSENRECHTENSCHENDINGEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>