Overzicht oktober 2017

NLokt2017groot

De maand oktober 2017 laat weer een behoorlijke lijst aan mensenrechtenschendingen zien. Staat van Beleg wist er 764 te registreren en nog 157 rapporten (zie ook ons archief).

– English text –

Iedere maand belichten we een ander aspect met betrekking tot de bezetting van Palestina. Deze maand brengen we het onderwerp ‘Apartheid binnen het justitieel systeem’ onder uw aandacht.

 

Apartheid binnen het justitieel systeem

Er zijn momenteel 65 Israëlische wetten die direct en indirect discrimineren tegen Palestijnse burgers in de bezette Palestijnse gebieden, wat ongelijkheid en racisme een onderdeel van het systeem maakt.

Er zijn 4.5 miljoen Palestijnen die onder Israëlisch militair regime leven in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.

De 650.000 Israëlische kolonisten in de Westelijke Jordaanoever profiteren van de Israëlische burgerwet, ondanks dat hun aanwezigheid illegaal is onder internationale wetgeving en direct in strijd is met artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie.

Onder de twee justitiële systemen worden Israëlische kolonisten en Palestijnen die van hetzelfde misdrijf worden beschuldigd, zeer verschillend berecht.

Dit zijn de belangrijkste verschillen:

  • Een Palestijn mag tot 8 dagen lang ondervraagd worden voordat hij een rechter ziet. Een Israeli moet binnen 24 uur voor een rechter verschijnen.
  • Een Palestijn mag het recht op een advocaat worden ontzegd tot 90 dagen, terwijl een Israeli dit recht onmiddellijk heeft.
  • Een Palestijn kan zonder aanklacht voor ondervraging worden vastgehouden voor 90 dagen. Voor een Israeli is dit 64 dagen. Per september 2017 werden 449 Palestijnen zonder aanklacht of proces vastgehouden.
  • Rechtszaken voor Palestijnen moeten binnen 18 maanden afgerond worden voor een Militair Gerechtshof, maar een rechter kan dit telkens per 6 maanden verlengen. De limiet voor een Israeli onder de burgerwet is 9 maanden.
  • Een Palestijn die voor doodslag onder een militaire rechtbank is veroordeeld kan een levenslange gevangenisstraf krijgen. Een Israeli kan maximaal 20 jaar krijgen voor hetzelfde misdrijf. Daarnaast mag een Israeli vrijgelaten worden wanneer hij de helft van zijn termijn heeft uitgezeten.
  • Criminele aansprakelijkheid begint voor Palestijnen en Israëli’s op de leeftijd van 12 jaar, echter, Palestijnen worden reeds op 14-jarige leeftijd als volwassenen berecht. Israëli’s worden vanaf 18 jaar als volwassenen berecht. Er is ook een zaak bekend waarbij de delinquent 13 jaar was ten tijde van het misdrijf, maar maanden later als volwassene werd berecht nadat hij 14 jaar was geworden.
  • De Israëlische wet schrijft voor dat kinderen alleen ondervraagd mogen worden door politieambtenaren die daar speciaal voor getraind zijn, maar dit geldt niet voor Palestijnse kinderen. Zij worden door reguliere politieambtenaren ondervraagd onder intimiderende en ruwe omstandigheden.
  • Een gedetineerde heeft het recht ondervraagd worden in zijn moedertaal en zijn verklaring moet in die taal opgesteld worden. De verklaring van Palestijnen is gewoonlijk opgesteld in het Hebreeuws, wat het makkelijk maakt om deze te vervalsen. Wanneer de verklaring is ondertekend vormt dit het primaire bewijs in de militaire rechtbank.

 

Verhouding van veroordelingen

Er bestaat een grote discrepantie tussen Israëlische en Palestijnse burgers betreft het aantal veroordelingen. Onder Israëls ‘kangoeroe’ rechtssysteem wordt maar liefst 99.7% van de Palestijnse aangeklaagden veroordeeld.  

De mensenrechtenorganisatie Yesh Din concludeerde dat tussen 2005 en 2015, bij misdrijven die begaan zijn door Israëlische kolonisten tegen Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever, de zaak in 85% van de gevallen onopgelost bleef. Als het ging om vernieling en vernietiging van Palestijnse landbouw stijgt dit naar 96%.

 

Martelingen

Een andere praktijk die doorgaans gereserveerd is voor Palestijnen is marteling, zowel lichamelijk als psychologisch. Israel’s geheime politie (Shin Bet) gebruikte marteltechnieken om bekentenissen af te dwingen. Ook kinderen worden hierbij niet gespaard.

Er is publiekelijk toegegeven dat de Shin Bet “uitzonderlijke maatregelen” gebruikte tijdens ondervragingen.

Terwijl martelen routinematig gebruikt wordt tegen Palestijnen, noemt mensenrechtenorganisatie B’Tselem het een “zeldzaamheid bij het ondervragen van Joodse verdachten”.

While torture is routinely used against Palestinian detainees, rights group B’Tselem called it a “rarity in interrogating Jewish suspects.”

B’Tselem veroordeelde de mishandeling en marteling van gevangenen, redenerend dat gedwongen bekentenissen niet dienen om Palestijnen te beschermen tegen frequente aanvallen van kolonisten die systematisch onbestraft blijven.

 

Schendingen binnen gevangenismuren

Het schenden van mensenrechten duurt voort voor Palestijnen in Israëlische gevangenissen.

  • In veel gevallen wordt Palestijnen het recht ontnomen om familie te zien voor maanden of zelfs jaren aaneen, waardoor niet alleen de gevangenen lijden, maar hun familieleden ook. Palestijnen die vastgehouden op ‘grond van veiligheid’ mogen zelfs geen telefonisch contact hebben.
  • Een andere schending van de Vierde Geneefse Conventie is het overplaatsen van Palestijnse gevangenen naar naar gevangenissen buiten de bezette Palestijnse gebieden. Een illegale tactiek die geïmplementeerd lijkt te zijn om het families bijna onmogelijk te maken om hun familieleden in de gevangenis te bezoeken.
  • Palestijnse gevangenen die medische hulp nodig hebben worden systematisch verwaarloosd, wat soms tot hun dood leidt.
  • Eenzame opsluiting is een gebruikelijke praktijk voor Palestijnse gevangenen. Iets dat zelfs amper voorkwam in het beruchte Zuid-Afrikaanse Robbeneiland.
  • Solitary confinement is commonplace for Palestinians. Something that didn’t even happen on South Africa’s Robben Island in the early 60’s.

Deze lijst is nog aan te vullen met tal van illegale martelpraktijken.

 

De bestraffing van Israëlische criminelen, of het gebrek daaraan

  • De koelbloedige executie van Abd al-Sharif en Ramzi al-Qasrawi

Abd al-Fattah Yusri al-Sharif en Ramzi Aziz al-Qasrawi, beide 21, werden doodgeschoten door Israëlische soldaten in maart vorig jaar. De Israëlische regering beschuldigde hen van het aanvallen en licht verwonden van een soldaat in Hebron. Israëlisch soldaat Elor Azaria werd op video vastgelegd toen hij al-Sharif, die zwaar gewond en bewegingloos op de grond lag, door het hoofd schoot. Gedurende de rechtszaak werd Azaria gesteund op de hoogste politieke niveau’s. Premier Netanyahu pleitte zelfs voor zijn volledige vrijlating.

In februari dit jaar werd Azaria veroordeeld tot een luttele 18 maanden gevangenisstraf, die reeds gereduceerd is tot 14 maanden op militair bevel.

Als Palestijnse levens ertoe deden in Israël, dan zou Azaria levenslang opgelegd hebben gekregen in plaats van deze ‘tik op de vingers’. Het is zeer waarschijnlijk dat er nog eens 6 maanden van zijn straf af gaat voor goed gedrag. Dit maakt de prijs voor de moord op een Palestijn 8 maanden gevangenis met toestemming voor verlof op vakantiedagen. Zoiets is ondenkbaar voor een Palestijnse gevangene, zelfs indien deze onschuldig is.

Voor wat betreft de moord op Ramzi al-Qasrawi, hier werd zelfs geen aandacht aan geschonken, want deze was niet vastgelegd op video. Dit bewijst dat de rechtszaak tegen Azaria een schijnvertoning voor de media was.

  • De terreur aanval op de familie Dawabsha

Op 31 juli 2015 werd een brandbom gegooid in het huis van de familie Dawabsha. Dit leidde tot fatale verwondingen van de 18 maanden oude dreumes Ali en kritieke verwondingen van zijn ouders, Saad en Riham, die later overleden. Ali’s 4 jaar oude broer Ahmad was de enige overlevende.

Drie kolonisten met een geschiedenis van aanvallen jegens Palestijnen werden direct in administratieve detentie geplaatst, maar nooit in staat van beschuldiging gesteld. Een maand later gaf Israëlisch minister van defensie Moshe Yaalon toe dat hij wist wie werkelijk schuldig waren aan de dodelijke terreuraanval, maar geen juridische actie had ondernomen om “de identiteit van de bronnen te beschermen”.

Maanden later werd ontdekt dat de zwijgplicht ging over de verdachten Elisha Odess en Hanoch Ganiram, leden van de meest extremistische kolonisten groepering, de ‘Hilltop Youth’.

De grootvader van laatstgenoemde, Yithzak Ganiram, was een lid van de extremistische terreurgroep ‘Jewish Underground’ en veroordeeld was tot <7 jaar gevangenis voor doodslag en poging tot moord. Na een kwart van zijn straf te hebben uitgezeten werd hij overgeplaatst naar een ‘Yeshiva’, een religieus leerinstituut, waar hij een voorkeursbehandeling kreeg.

  • De moord op een Palestijnse demonstrant

In mei dit jaar werd de 23-jarige Mutaz Shamsa doodgeschoten door een Israëlische kolonist in de Westelijke Jordaanoever. De kolonist opende het vuur op een groep demonstranten die hun solidariteit betuigden met de Palestijnse gevangenen in hongerstaking. Een fotograaf van AP werd ook geraakt en verwond.

Toen de moordenaar wilde vluchten in zijn auto reed hij nog diverse andere Palestijnen omver en botste toen tegen een ‘Red Crescent’ ambulance. Hij stapte uit en opende nogmaals het vuur.

Aanwezige Israëlische soldaten hielden de moordenaar niet aan en de Israëlische politie verklaarde onmiddellijk dat de kolonist geen criminele verdachte was.

In een videoboodschap claimde de moordenaar dat hij werd aangevallen door demonstranten en uit zelfverdediging handelde. Hij diende zelfs een aanklacht in tegen de demonstranten.

De politie verspreidde zijn boodschap onder de media en kwam tot zijn verdediging.

Ook de extreem-rechtse minister Naftali Bennett liet zich lovend uit over de moordenaar.

Een dag later werd de bestuurder van de ambulance gearresteerd door het leger en de Shin Bet, claimend dat hij de ontsnapping van de kolonist had verhinderd. De ambulance werd ook in beslag genomen.

De VN en de Associated Press riepen vergeefs op tot een volledig onderzoek en vervolging.

  • De brandstichting op een school

De broers Nahman en Shlomo Twito, verantwoordelijk voor het platbranden van een tweetalige Arabisch-Joodse school, werden veroordeeld tot respectievelijk 2 en 2.5 jaar gevangenisstraf. De twee verlieten zingend de rechtszaal, en claimden dat het “het waard was”.

 

Wanneer Palestijnen gestrafd worden

  • In 2014 werd Ahmad Baraghithi veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf
    voor het vermeend gooien van stenen naar Israëlische bezettingstroepen in Jeruzalem tijdens protesten tegen de Israëlische bezetting. Dat is 8 jaar, niet maanden(!)
  • De Palestijnse poëet Dareen Tatour heeft meer dan een jaar en drie maanden
    in de gevangenis en in huisarrest vastgezeten voor de “misdaad” een gedicht te schrijven met de titel “Resist, my people, resist them”.
  • De circusartiest en trainer Mohammed Abu Sakha werd in december 2015 gevangen genomen zonder aanklacht of proces en pas afgelopen augustus vrijgelaten. Zijn arrestatie lokte wereldwijd woede uit onder activisten en mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International.

 

Een ‘illegale’ demonstratie

De 18-jarige journalistenstudente Lina Khattab heeft bijna 7 maanden in Israëlische gevangenissen gezeten vanwege het protesteren tegen het onrechtvaardige Israëlische systeem. Lina was ervan beschuldigd deel te nemen aan een illegale demonstratie en het gooien van stenen naar Israëlische soldaten. Lina heeft alle aanklachten ontkend.

Ondanks dat het verhoor was opgenomen werd Lina gedwongen om een document in het Hebreeuws te ondertekenen, een taal die ze niet kan lezen.  Volgens de Israëlische militaire wetgeving is de maximale straf voor het gooien van stenen conform Artikel 212 van Militaire Order 1651 20(!) jaar gevangenisstraf. Lina heeft 11 verhoorsessies in de militaire rechtbank Ofer gehad. Veelal om haar detentie te verlengen en haar rechtszaak te vertragen waarbij haar het recht op een snelle rechtspraak werd ontzegd.  Gedurende de getuigenverklaring ontdekte de rechtbank dat de drie getuigen (Israëlische soldaten) hun getuigenissen hadden gecoördineerd, in strijd met het juridisch proces.  Daarom zijn de rechter en de aanklager een schikking overeengekomen. Lina werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld met een boete van 6,000 NIS (circa 1,500 USD) en zes maanden voorwaardelijke straf voor zes jaar. Terwijl de gecoördineerde getuigenverklaringen van de soldaten uiteindelijk de uitkomst van de rechtszaak bepaalde is het duidelijk dat Lina “schuldig totdat onschuldig is bewezen” werd bevonden.

 

Collectieve straffen

Het Israëlische Hoger Gerechtshof heeft het overheidsbeleid om huizen van families die ervan worden beschuldigd daden te plegen die Israël als terrorisme omschrijft (dit is een erg ruime definitie) ondersteund.  Zulke collectieve straffen zijn oorlogsmisdaden onder internationaal recht.
Echter wanneer de daders joods zijn worden hun families beschermd tegen eenzelfde lot.

Op 4 juli van dit jaar heeft het Hoger Gerechtshof een petitie afgewezen van de ouders van
Muhammad Abu Khudair voor de sloop van de huizen van de drie Israëliërs die werden veroordeeld voor de brute moord op hun tienerzoon.
Terwijl de Abu Khudair petitie werd afgewezen, herbevestigde de rechtbank het recht van de staat om huizen van (de families van) Palestijnse daders, waardoor de dubbele standaard versterkt wordt.

Wanneer het om de bouw van huizen gaat worden Palestijnen wederom gediscrimineerd. Israëlische kolonisten komen weg met illegale bouw terwijl de aanvragen van Palestijnen voor een vergunning te mogen bouwen op hun eigen land zelden wordt verstrekt.

Als dit alles geen apartheid is, wat is het dan?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>