Overzicht augustus 2018

SVBAUG2018NLGR

De maand augustus 2018 laat weer een behoorlijke lijst aan mensenrechtenschendingen zien. Staat van Beleg wist er 729 te registreren en nog 143 rapporten. (Zie ook ons archief). Deze maand schrijven we over hoe Palestijnen en hun land worden vergiftigd door hun bezetter.

 English text –

 

In feite is het hele concept van de bezetting van mensen en hun land een giftige aangelegenheid maar hier zullen we het alleen hebben over schendingen waarbij Palestijnen worden blootgesteld aan schadelijke stoffen.

Zionisten gebruikten al biologische wapens voordat Israël was opgericht in 1948 en gebruikt ze nog steeds. In 1948 injecteerden zionisten tyfus in het aquaduct te Acre om het makkelijker te maken de stad in te nemen. Twee weken later, na hun ‘succes’ in Acre, sloegen de zionisten weer toe. Dit keer in de Gazastrook waar honderden duizenden vluchtelingen waren gestrand nadat hun dorpen in het zuiden van Israël onder Israëlische bezetting waren gekomen.

 

Het onder laten lopen van landbouwgrond met rioolwater

In veel incidenten zagen we dat Israëlische kolonisten landbouwgrond lieten onderlopen met rioolwater. Israëlische nederzettingen in het Qalqilya district, ten noordwesten van de Westelijke Jordaanoever, zijn de hoofdoorzaak van milieuvervuiling dat met name veroorzaakt wordt door afvalwater en rioolwater die uit deze nederzettingen over nabijgelegen Palestijnse landbouwgrond stroomt. Het rioolwater stroomt ook vanuit de nederzettingen in de ondergrondse waterreserves in het gebied en creëert hiermee een meer van afvalwater die het milieu en de gezondheid van mensen aantasten.

Zeer recent nog klaagden boeren over rioolwater uit de nederzetting Ariel die de atmosfeer en het natuurpark in Salfit vervuilen.

 

Chemish afval

Zoals in andere landen heeft Israël een systeem om het afval dat in hun gebied wordt verwekt te verwerken.  Echter, zoals een rapport van B’Tselem laat zien is een aanmerkelijk deel van dit systeem gevestigd in de Westelijke Jordaanoever, buiten Israël’s souvereine grenzen. Misbruikmakend van haar status van bezettende macht heeft Israël een minder strikte regelgeving toegepast in industriële zones van nederzettingen en heeft zelfs financiële stimulansen zoals belastingvoordelen en overheidssubsidies aangeboden. Dit beleid heeft het meer rendabel gemaakt om afvalverwerkingsfaciliteiten te bouwen en te laten opereren in de Westelijke Jordaanoever dan binnen Israël. Het onderzoek van B’Tselem heeft ontdekt dat er tenminste vijftien afvalverwerkingsfaciliteiten in de Westelijke Jordaanoever zijn. Het meeste van het afval dat daar wordt verwerkt is afkomstig uit Israël. Zes van de faciliteiten behandelen gevaarlijk afval die speciale verwerkingsprocessen vereisen en gereguleerde supervisie vanwege de gevaren die het met zich meebrengt. Het rapport focust op vijf afvalverwerkingsfaciliteiten die in de Westelijke Jordaanoever opereren: vier installaties met schadelijk afval en gevaarlijke stoffen afkomstig uit Israël  – inclusief besmettelijk medisch afval, gebruikte olie en oplosmiddelen, batterijen en industriële elektronische bijproducten – en een die rioolslib vewerkt.

Wat we ook zien is de verwijdering van chemisch afval uit Israëlische industriële zones. Het afvoeren van afval en giftig water van de industriële zone van de illegale Israëlische nederzetting Alfie Menashe bijvoorbeeld. Deze industriële zone was gebouwd op Palestijns land nabij Qalqilia in de Westelijke Jordaanoever en verwoest vandaag de dag nog steeds Palestijnse landbouwgrond en het milieu van het dorp Wad ar-Rasha waarbij de inwoners worden blootgesteld aan ernstige gezondheidsrisico’s.

Nog een goed voorbeeld is ‘Geshuri activities‘, een agrochemisch privébedrijf dat bestrijdingsmiddelen en kunstmest fabriceert en is veroordeeld voor de potentiële ernstige gezondheidsgevolgen in deze bezette gebieden en voor de vele inwoners die in de buurt van de fabrieken wonen. Het bedrijf was aanvankelijk in de Israëlische kustplaats Netanyana gelegen maar moest sluiten vanwege een rechterlijk bevel in 1982 nadat inwoners keer op keer hadden geklaagd over de uitstoot van schadelijke stoffen. De fabriek werd verplaatst naar gestolen land aan de rand van de Palstijnse stad Tulkarem in het noordoosten van de Westelijke Jordaanoever waar de vervuiling onverminderd doorging en de fabriek, Keshet Prima geheten, de Israëlische strikte mileuwetten kon omzeilen. Het is onderdeel van een industrieel gebied tussen Tulkarem en Israël, Nitzanei Shalom geheten, dat plaats biedt aan twaalf Israëlische chemische fabrieken. Omwonenden claimen dat het chemisch afval en de uitstoot van schadelijke stoffen van de fabriek hebben geleid tot de vernietiging van landbouwgrond rond de fabriek, tot water en luchtverontreiniging en dat ziektes waaronder luchtwegaandoeningen, ooginfecties en kanker zijn toegenomen. Verder opereert de fabriek niet gedurende de maanden dat de wind richting Israël waait. Na een bemiddelingsprocedure van de ‘Basel Convention Secretariat’ slaagde Palestina erin een overeenkomst te verwerven met Israël om het afval terug te laten brengen tot over de ‘Green Line’, om naar behoren te worden verwerkt in Israël. Dit is een aanzienlijke overwinning voor Palestina waarmee ze een mogelijkheid laat zien om via internationale milieuwetgeving Israël aansprakelijk te stellen voor het schenden van milieurechten en mensenrechten van Palestijnen en voor het zoeken naar passende maatregelen. Echter, met het accepteren van de consequeties van haar criminele acties heeft Israël geëist dat de zaak niet in openbaarheid wordt gebracht op de website van de ‘Basel Convention’. Ondanks het uitblijven van openbaarmaking van de zaak tot op de dag van vandaag blijft dit een belangrijke eerste stap in het zoeken naar effectieve maatregelen tegen mileumisdaden door Israël tegen Palestijnse gemeenschappen.

Israël overtreedt de voorwaarden van de ‘Basel Convention’ regelmatig, die de verplaatsing van schadelijk afval en de verwerking ervan reglementeert. Op 14 februari hebben medewerkers van de Palestijnse douanecontrole in Salfit drie Israëlische trucks in beslag genomen die giftig afval en vaste afvalstoffen vervoerden die verzameld waren in de ‘1948 bezette gebieden’. En recentelijk op 31 juli heeft de Palestijnse douanepolitie een Israëlische truck tegengehouden die was volgeladen met 19 grote kisten waar schadelijk plastic afval inzat uit Israël die probeerden Jenin binnen te komen in de Westelijke Jordaanoever om de lading te dumpen.

Nog een catastrofische ‘milieunachtmerrie’ is de mogelijkheid van radioactief afval dat lekt uit de nucleaire reactor Dimona op Palestijnse grond in de Negevwoestijn. Dr Mahmoud Saadah, het hoofd van de Palestijnse afdeling van ‘International Physicians for the Prevention of Nuclear War’ (IPPNW), stelt de nucleaire reactor Dimona aansprakelijk voor de toename in misvormingen in het gebied en de omliggende dorpen. Het is een van de weinige nucleaire faciliteiten in de wereld die niet onderhevig is aan internationale veiligheidsinspecties door de ‘International Atomic Energy Agency’.

 

“De enige plaatsen waar hogere concentraties zijn te vinden van Caesium-137 dan in de Westelijke Jordaanoever waren Chernobyl en Fukushima.”

 

 Het besproeien van landbouwgrond met giftige bestrijdingsmiddelen

Wanneer je googled op ‘Israel/spraying/toxic/pesticides/Gaza’ zul je versteld staan van het aantal vermeldingen die je aan zal treffen. Door de jaren heen heeft Israël giftige chemische stoffen en gevaarlijke bestrijdingsmiddelen gesproeid op landbouwgrond in de Gazastrook. Palestijnse boeren hebben verklaard dat Israëlische troepen onkruidverdelgers hebben gesproeid in een poging wilde plantensoorten uit te drogen die rond de veiligheidshekken groeien met het oog op een helder zicht op het gebied. Het geval is dat er tientallen meters voorbij de beoogde gebieden wordt gesproeid waarbij Palestijnse gewassen gedood of beschadigd worden.

In November 2017 hebben Israëlische legervliegtuigen Palestijnse landbouwgrond in het oosten van de Gazastrook besproeid met gif en chemicaliën. Medische bronnen in de Gazastrook hebben verklaard dat Palestijnen chemische brandwonden hebben opgelopen, ernstig zuurstoftekort en diverse allergische reacties kregen nadat ze waren blootgesteld aan Israëlische gifstoffen terwijl ze aan het werk waren op hun land.

Deze praktijken zijn niet nieuw en beperken zich niet slechts tot de Gazastrook. Chemische ontbladeringsmiddelen werden aangetroffen in Palestijnse gewassen in Ain Al-Beida in 1968, in Aqraba in 1972, in Mejdel Beni Fadil in 1978 en in de Negev in 2002.

Maar er is een andere zorgwekkende ontwikkeling. Vanwege de afname van productie en de Israëlische ban op de toegang van basisgrondstoffen hebben boeren uit de Gazastrook hun toevlucht gezocht in het gebruik van verboden chemische stoffen om hun gewasopbrengsten te vergroten. Dit vormt een ernstig gezondheidsgevaar voor zowel de boeren als hun afnemers. De Verenigde Naties hebben regelmatig hun bezorgdheid geuit aangaande het overmatige gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen door boeren in de Gazastrook. Veel medische experts in de Gazastrook maken zich zorgen over de stijging in het aantal geregistreerde kankerpatiënten, met name in de landbouwgebieden.

 

Waterverontreiniging

Omdat de Gazastrook, een gebied waar waterschaarste heerst, nergens anders water vandaan kan halen  wordt er veel gebruik gemaakt van zeewater. Echter, in diezelfde zee wordt ook afvalwater gedumpt. Terwijl Israël in haar waterbehoefte heeft voorzien met ontzilt water, waarvoor de grootste omgekeerde osmose installatie ter wereld werd gebouwd slechts 48 k.m. ten noorden van de Gazastrook, zo ontbreken soortgelijke installaties in de Gazastrook omdat het aan elektriciteit ontbreekt om op volle capaciteit te draaien.

Afgelopen maart kwamen de elektriciteitsproblemen in de Gazastrook in een kritiek stadium nadat er een intern conflict ontstond tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit in de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse autoriteit had nagelaten olieheffingen te betalen waardoor de enige elektriciteitscentrale in de Gazastrook gedwongen werd te sluiten. De Gazastrook had nu zo weinig elektriciteit dat de pompen die het rioolwater naar reinigingsinstallaties moesten vervoeren niet langer functioneerden. Het afvalwater werd zodoende direct naar de zee afgevoerd waar vervuilingswaarden vier keer hoger waren dan de internationale standaard. Dit heeft ook voor opschudding gezorgd in Israël waar stranden die dicht bij de enclave liggen werden gesloten in verband met de vervuiling.

Veel inwoners van de Gazastrook leven in plaatsen zoals het vluchtelingenkamp Shati dat werd opgericht om Palestijnen die verdreven waren uit nabijgelegen dorpen in 1948 te huisvesten. In Shati vervoert de industriële afvoerpijp die in de zee uitkomt ook medisch afval van het ziekenhuis al-Shifa. Inwoners van het kamp zeggen dat hun kinderen hebben geklaagd over jeuk nadat ze in zee hadden gezwommen en dat zelfs het zand sterk naar rioolwater ruikt. Hun angst nam toe nadat de vijfjarige Mohammad al-Sayis in juli 2017 overleed aan een vorm van shigellosis, een ziekte die wordt verspreid door ontlasting.

In bijna de helft van de proefmonsters die waren genomen voor een studie in 2014 naar de kwaliteit van het zeewater uit de Gazastrook door ‘Ahmed Hillis’, een expert die aangesloten is bij de ‘Palestinian Environment Quality Authority’, werden parasieten aangetroffen waaronder velen die schadelijke gevolgen hebben voor mensen. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie zijn watergerelateerde ziektes de hoofdoorzaak van kindersterfte in de Gazastrook en worden geschat verantwoordelijk te zijn voor een kwart van alle ziektes.

De milieuproblematiek van de Gazastrook kan niet los worden gezien van de blokkade die de afhankelijkheid van de overbevolkte enclave op iedere beschikbare bron die er maar is vergroot. Meer dan 3,000 items die nodig zijn om de water en sanitatie sector te ontwikkelen wachten op toestemming de Gazastrook binnen te komen vanwege de restricties op ‘dual-use items”. Israël claimt dat deze items ook gebruikt zouden kunnen worden voor het maken van wapens die tegen hen gebruikt kunnen worden.

Alle provincies in de Westelijke Jordaanoever kampen met waterschaarste. De Israëlische controle op het water en de veelvuldige onderbrekingen op de toevoer van water voor langere periodes dwingt de mensen water te gebruiken uit onbeschermde bronnen. In oktober 2017 werden meer dan 300 mensen ziek nadat ze besmet drinkwater hadden gedronken in het vluchtelingenkamp Al-Fawwar ten zuiden van Hebron in de Westelijke Jordaanoever. Een medische bron wist te melden dat de meeste van de getroffen kinderen besmet waren met de amoebe bacterie nadat rioolwater vermengd was met drinkwater in het kamp.

 

De gezondheidseffecten van traangas

Een Amerikaanse studie heeft aangetoond dat het voortdurende gebruik van traangas door Israëlische troepen in Palestijnse vluchtelingenkampen een verwoestend effect heeft op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de inwoners, met name vrouwen, kinderen en ouderen. De studie, uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit van California en Berkeley, geeft aan dat het vluchtelingenkamp Aida nabij Bethlehem het meest wordt blootgesteld aan traangas wereldwijd. De onderzoekers hebben in augustus 2017 een enquête uitgevoerd onder 236 mensen uit het vluchtelingenkamp Aida en daarnaast onder 10 focusgroepen in de vluchtelingenkampen Aida en Dheisheh. Wat we kunnen opmaken uit deze enquête is dat van de 100% van de inwoners die waren blootgesteld aan traangas in het jaar daarvoor 84.3% thuis waren, 9,4% op het werk, 10.7% op school en 8.5% in auto’s. De inwoners beschreven diverse lichamelijke klachten door het  regelmatig blootstaan aan traangas waaronder bewusteloosheid, miskramen, ademhalingsproblemen, astma, hoesten, duizeligheid, jeuk, hevige pijn, allergische huidreacties, hoofdpijn en neurologische irritatie, trauma van traangascanisters, etc. Het constante gebruik van traangas heeft ook geresulteerd in hoge waarden van psychologisch leed die weer leiden tot slaapstoornissen, acute stress, en chronisch posttraumatisch stresssyndroom. Kinderen en leraren in het kamp verklaarden dat er tijdens de gasaanvallen onmogelijk schoolactiviteiten konden plaatsvinden.

Gedurende de ‘Great March of Return’ in de Gazastrook gebruikten Israëlische troepen “vreemde” en onbekende gassen” tegen ongewapende en vreedzame activisten. De gassen veroorzaakten stuiptrekkingen en trillingen bij demonstranten. Velen raakten urenlang bewusteloos. Op 14 augustus rapporteerde een vader van een 14-jarige Palestijnse jongen dat zijn zoon vier dagen lang in een semi-coma was geraakt met iedere vijf minuten stuiptrekkingen nadat hij was blootgesteld aan het zenuwgas. De behandeling voor dit kind en andere slachtoffers van chemische oorlogsvoering is een simpel medicijn dat Israël nu tegenhoudt de Gazastrook binnen te komen.  Artsen in de Gazastrook hebben verklaard dat de symptomen worden veroorzaakt door een neurotoxine, een onbekend zenuwgas die het gehele zenuwstelsel van het slachtoffer aantast, resulterend in hevige stuiptrekkingen, extreme verstikkingsverschijnselen, coma en in sommige gevallen de dood.

Een ander onbekend gas werd gebruikt in oktober 2017 toen Israël een tunnel bombardeerde in de Gazastrook. Acht Palestijnen kwamen om het leven en tenminste tien raakten gewond. Een dag na de aanval zei een woordvoerder van het ministerie in de Gazastrook, Ashraf Qudra, dat de meeste van de gerapporteerde slachtoffers gedood waren of gewond waren geraakt door inhalering van gifgas dat door de Israëlische luchtmacht in de tunnel was afgevuurd. Qudra benadrukte de urgente noodzaak om te achterhalen welke wapens Israël had gebruikt tijdens hun aanval.

 

Terwijl we proberen deze opsomming van giftige schendingen af te ronden komen er toch nog incidenten in gedachten die we nog niet hebben genoemd. De zaak van de mysterieuze dozen bijvoorbeeld die vanuit de lucht over de Westelijke Jordaanoever werden verspreid. En niet te vergeten de oproep van een rabbijn om de Palestijnse watervoorraad te vergiftigen. Zelfs het leven van vee wordt niet gespaard. In 2005 werden 20 schapen gedood met gif door Israëlische kolonisten.

We kunnen concluderen dat het gebruik van schadelijke stoffen op de Palestijnse bevolking, hun land en hun vee een aanzienlijk onderdeel is van het Israëlische bezettings- en uitdrijvingsbeleid en een van de factoren is die bijdragen aan de algehele genocide op de Palestijnse bevolking.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>