Overzicht mei 2019

Foto: Anu Shukla, The Independent

Foto: Anu Shukla, The Independent

De maand mei 2019 laat weer een behoorlijke lijst aan mensenrechtenschendingen zien. Staat van Beleg wist er 603 te registreren en nog 193 rapporten. (Zie ook ons archief). Deze maand een focus op vrouwen van het Palestijns verzet.

– English text –

In zijn boek over het dorp Baqa al-Gharbiyeh, schrijft de Palestijnse historicus Subhi Biyadseh over een gebeurtenis die de dorpsbewoners hem vertelden. Gedurende het Britse mandaat in Palestina bombardeerden de Britten in 1936 het dorp Baqa al-Gharbiyeh. Vervolgens nam het leger alle mannen van het dorp in hechtenis. De vrouwen reageerden hierop door ‘s nachts met hun kinderen af te dalen naar de militaire barakken, slechts gewapend met stenen. Ze eisten de vrijlating van hun mannen op, waarin ze slaagden. Dit korte verhaal laat de prominente rol zien van Palestijnse vrouwen die zich hebben verzet tegen de Britse bezetting en later de Israëlische. In de decennia die volgden zagen we veel (Palestijnse) vrouwen actief in gewapend verzet en geweldloos verzet zowel binnen als buiten het politieke spectrum en we zullen een aantal van hen noemen.

 

“Palestijnse vrouwen hebben altijd een integraal onderdeel uitgemaakt van de Palestijnse strijd voor vrijheid. Ze zijn altijd partners geweest van de mannen van het verzet en in het bestrijden van de zionistische bezetting en kolonisatie, zowel dorpsbewoners, arbeiders en leraren als activisten en vrijheidsstrijders. De Palestijnse geschiedenis van het verzet is vol met namen van heldinnen, activisten die weigerden te zwijgen of non-actief te blijven toen Palestina werd gekoloniseerd. Maar naast de vele namen die zijn vastgelegd in de Palestijnse geschiedenis zijn er duizenden en duizenden van ongenoemde heldinnen. De activisten en strijders waarvan we de namen nooit zullen kennen maar die altijd een deel van ons zullen uitmaken omdat ze onze grootmoeders, onze moeders, onze zusters, onze vriendinnen en onze kameraden zijn. En dit is ook een belangrijk punt: we doen dit niet voor de faam van een protestfoto, we strijden omdat onze levens ervan afhangen”. 

Eman Khaleq tijdens een speech voor The Union of Palestinian American Women in november 2015

 

Gewapend verzet

Moheba Khorsheed (1921-2000), afkomstig uit de Palestijnse havenstad Yafa (ook bekend als Jaffa), was een onderwijzeres, een activiste, een gewapende strijder en oprichter van de eerste officiële gewapende vrouwenorganisatie Zahrat al-Uqhawan (De Chrysantenbloemen). Deze beweging hield zich bezig met het inzamelen van geld voor het aankopen van wapens en het verstrekken van noodhulp aan Palestijnse families die al verdreven waren. De beweging werd opgezet nadat Khorsheed getuige was van een Britse scherpschutter die een 10-jarige Palestijnse jongen door zijn hoofd schoot die stierf in de armen van zijn moeder. Ze speelde een leidende rol en was betrokken bij het organiseren en uitvoeren van operaties inclusief het aanschaffen van wapens. Zionistische propaganda veroordeelde haar en zette aan tot ophitsing tegen haar, terwijl de Arabische media haar prees en haar vergeleek met Khawla Bint al-Azwar, een gerespecteerde en legendarische vrouw die verkleed als man in de vroege geschiedenis van de Islam in vele veldslagen vocht. Na de etnische zuivering van Yafa waarbij meer dan 50.000 van de 70.000 inwoners van Yafa onder dwang verdreven werden uit hun huizen en de zee in werden gedreven vestigde Khorsheed zich in Egypte, trouwde en leidde de rest van haar leven een leven als vluchteling die nooit kon terugkeren.

Een andere vrijheidsstrijder is Leila Khaled die zelf een vluchteling was toen ze Haifa moest ontvluchten als jong meisje in 1948. In 1967 werd ze het eerste vrouwelijke lid van de ‘Popular Front for the Liberation of Palestine’ (PFLP) en is vandaag de dag lid van de ‘PFLP Leadership Council’. Khaled kreeg bekendheid door het kapen van twee passagiersvliegtuigen in 1969 and 1970, onder het PFLP motto “Ga de vijand overal achterna”. Tot vandaag de dag is Leila Khaled actief voor Palestina en reist ze de wereld rond om de zaak onder de aandacht te brengen.

In de Eerste Intifada, die door de Westerse media voornamelijk wordt weergegeven door beelden van jonge mannen die met stenen gooien, speelden vrouwen ook een grote rol. In de film The Wanted 18 leggen vrouwen uit hoe ze gekleurde stof kochten en Palestijnse vlaggen naaiden die mensen gebruikten tijdens demonstraties. De vlag ophouden was een van de meer uitdagende en krachtige acties van de Eerste Intifada. Een andere film, Naila and the Uprising, geregiseerd door Julia Bacha, laat zien dat vrouwen de ruggengraat waren van de Intifada.

Women seen confronting Israeli troops in Gaza during the first intifada. After this photo was taken the women were assaulted and dispersed with truncheons and tear gas. [Robert Croma / maryscullyreports.com]

Vrouwen confronteren Israëlische troepen in de Gazastrook tijdens de Eerste Intifada. Nadat deze foto genomen was werden de vrouwen uiteengedreven met wapenstokken en traangas. [Robert Croma / maryscullyreports.com]

Geweldloos verzet

Wanneer we spreken over geweldloos verzet dan denken we aan vrouwen over de gehele wereld die opkomen voor de Palestijnse zaak tijdens demonstraties, marsen, lezingen, Twittercampagne’s, etc. Ook denken we aan de vrouwen die deelnemen aan de ‘Great March of Return’ in de Gazastrook en de andere wekelijkse marsen in verschillende delen van de bezette Westelijke Jordaanoever.

In 1987 begon een massale geweldloze Intifada (of “opstand”). Vrouwen, mannen en kinderen spanden zich gezamenlijk in om zich tegen de 20-jarige bezetting van hun land te verzetten. Ze deden dit op een innovatieve wijze, bijvoorbeeld door alternatieve studiefaciliteiten op te zetten voor kinderen nadat alle scholen gesloten werden, het creëren van een alternatieve markt die was gebaseerd op producten die aan huis vervaardigd werden en tevens in het deelnemen aan grootschalige protesten.

Er waren ook pogingen om een dialoog op te starten tussen Palestijnse en Israëlische vrouwen. Bijvoorbeeld in juli 2006 toen leden van de ‘International Women’s Commission for a Just and Sustainable Palestinian-Israeli Peace’ (IWC) een spoedberaad in Athene bijeen hadden geroepen. Ze riepen de internationale gemeenschap op om te bemiddelen.

Niet alleen binnen Palestina zijn vrouwen actief in het verzet. In de vele vluchtelingenkampen buiten Palestina stonden vrouwen op tegen hun harde levensomstandigheden in de kampen waarbij ze onderdrukking, geweld, armoede en oorlogen moesten trotseren. Een van deze vluchtelingenkampen is Shatilla in Libanon. Palestijnen in Libanon hebben bijna twee decennia in onzekerheid en dagelijks geweld geleefd. Sinds 1948 zijn de meeste vluchtelingen in ballingschap geboren opgevolgd door het trekken van het ene kamp naar het andere uit vlucht voor geweld of als onderdeel van een transferbeleid om het Palestijns verzet een halt toe te roepen en een ooit grote politieke gemeenschap te versnipperen. Terwijl de Palestijnse verzetsbeweging, gevestigd in Beirut, veel jonge vrouwelijke activisten aantrok waren er ook oudere vrouwen actief.

Een van de vrouwenorganisaties die momenteel buiten Palestina actief is is Code Pink , opgericht door Medea Benjamin en gevestigd in de VS. Het programma van de organisatie roept enerzijds op tot steun voor de Palestijnse zaak en anderzijds tot stopzetting van oorlogen door de VS. Haar leden zijn herhaaldelijk aangevallen vanwege hun standpunten en protesten ter ondersteuning van hun doelstellingen.

In Israël zien we ook veel vrouwen actief voor de Palestijnse zaak. Gaby Lasky is een Israëlische advocaat en feministische mensenrechtenactivist die zich onvermoeibaar inzet om activisten in Israël en de bezette gebieden te verdedigen, vaak zonder vergoeding. Nurit Peled-Elhanan is een Israëlische professor van Taal en Onderwijs aan de ‘Hebrew University of Jerusalem’ en mensenrechtenactivist. Ze heeft bekendheid gekregen door haar onderzoek naar hoe Palestijnen worden afgebeeld in Israëlische schoolboeken welke ze bekritiseert als anti-Palestijns. Afkomstig uit Jeruzalem schrijft Amira Hass sinds 1989 voor de Israëlische krant Haaretz. Ze verslaat de Israëlische bezetting en het effect ervan op de Palestijnse gebieden. Hass heeft drie jaar in de Gazastrook gewoond waar ze haar boek “Drinking the Sea at Gaza” schreef.

 

Amira Hass schrijft sinds 1989 voor de Israsëlische krant  Haaretz. Ze verslaat de Israëlische bezetting en het effect ervan op de Palestijnse gebieden. Ondanks dat ze in Jeruzalem is geboren heeft ze drie jaar in de Gazastrook gewoond waar ze haar boek “Drinking the Sea at Gaza" schreef.

 

Politiek verzet

Hanan Ashrawi, geboren in Ramallah, was een docent en woordvoerder voor de Palestijnse delegatie van vredesonderhandelingen in het Midden-Oosten. Laat in de zestiger jaren sloot Ashrawi zich aan bij ‘the General Union of Palestinian Students’ toen ze studeerde aan de ‘American University’ in Beirut. Toen ze niet terug kon keren naar haar geboorteplaats na de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 vertrok ze naar de Verenigde Staten waar ze een doctoraat behaalde in Engelse literatuur. Toen ze in 1973 terugkeerde naar Ramallah werkte ze als professor van Middeleeuwse of Vergelijkende Literatuur aan ‘Birzeit University’ en was ze tevens decaan van de ‘School of Arts’ totdat het Israëlische leger de universiteit sloot na het uitbreken in 1987 van de Eerste Intifada. Ofschoon Ashrawi al eerder de PLO steunde was het gedurende de Intifada dat ze internationale bekendheid kreeg door de veelvuldige optredens als gastcommentator bij Amerikaanse nieuwsprogramma’s op televisie waar ze welbespraakte oproepen deed aan de wereld om Palestijnse rechten te erkennen. Ze had diverse posities binnen de Palestijnse Autoriteit in de negentiger jaren en diende kort als de ‘Arab League’s first commissioner for information and public policy’, een positie waar ze in 2001 voor was aangesteld. Ashrawi nam deel aan de Palestijnse parlementsverkiezingen als een van de leiders van de nieuwe partij ‘Third Way’, een onafhankelijk alternatief voor zowel Fatah als Hamas dat een klein deel van de  stemmen wist te behalen. Ondanks haar inspanningen en internationale reputatie werd haar recentelijk de toegang tot de Verenigde Staten ontzegd.

Khalida Jarrar , een prominente linkse politicus die die de leiding had over de ‘Palestinian Legislative Council’s prisoners committee’ is meerdere malen gevangen genomen door Israël. Ze heeft jarenlang verschillende schendingen tegen Palestijnse kinderen en gewonde gevangenen gedocumenteerd, zowel als parlementariër met een speciale verantwoordelijkheid voor gevangenen als in een eerdere functie als directeur voor Addameer. Ze heeft ook uren aan getuigenissen van gedetineerden verzameld toen ze gevangen was en vrouwelijke gedetineerden geholpen om zich te ontwikkelen door onderwijs gedurende hun detentie.

Haneen Zoabi die in 2009 het eerste vrouwelijke Palestijnse lid van de Israëlische Knesset werd zal niet meer deelnemen aan verkiezingen. Wanneer mensen zouden denken dat ze afstand zou nemen van haar politiek activisme dan hebben ze het mis. Zoabi wil haar ervaringen gebruiken om een theoretische strategie te ontwikkelen om Palestijnse inwoners de politieke strijd te laten overdenken en mensen te ontmoeten en te leren van hen die dezelfde vrijheidsstrijd voeren. Die strijd en doelstellingen zijn duidelijk: de beëindiging van de bezetting en de blokkade van de Gazastrook, het veiligstellen van het recht van terugkeer en het gevecht binnen Israël beschouwen als onderdeel van de gehele Palestijnse vrijheidsstrijd.

 

Verzet door middel van kunst en ambachten

Vrouwelijke schrijvers, poëten, dansermuzikanten, filmregisseursmodeontwerpers, borduurwerk en zelfs het bereiden van eten spelen een belangrijke rol in het Palestijns verzet.

Voor het Eurovisiesongfestival schreven meer dan vijftig Palestijnse vrouwelijke artiesten een gezamenlijke brief aan Madonna om “hen nu te steunen in ons streven naar vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid — en het recht om als artiesten tot bloei te komen”

In juli 2018 werd Dareen Tatour, een Palestijnse poëet, veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf nadat ze samen met anderen een gedicht had geplaatst met de titel: “Resist, my people, resist them.”

Borduurwerk werd in de late zestiger/vroege zeventiger jaren een symbool van identiteit, revolutie en verzet. Een Palestijnse vrouw die een geborduurde ‘thobe’ droeg werd het symbool voor de staat op schilderijen en posterkunst welke kracht en weerbaarheid uitbeelden. Tentoonstellingen van borduurwerk reisden de wereld over als achtergrondmateriaal voor belangrijke politieke bijeenkomsten. Later en gedurende de Eerste Intifada borduurden vrouwen Palestijnse vlaggen, duiven en geweren op hun ‘thobes’ als verzetsmiddelen. Tot vandaag de dag, ondanks de ontwikkeling van borduurwerk tot handelsartikel, blijft het een belangrijk symbool. Zoals vele andere vormen van Palestijnse cultuur en erfgoed is Palestijns borduurwerk onderhevig geweest aan consistente pogingen van toe-eigening maar heeft deze kunnen weerstaan en stand kunnen houden. In de documentaire ‘Stitching Palestine‘ zien we twaalf vrouwen met verschillende levensachtergronden: advocaten, artiesten, huisvrouwen, activisten, architecten en politici het verhaal van hun thuisland, hun onteigening en hun vastberadenheid dat het recht zal zegevieren aan elkaar naaien. Hun verhalen verweven het individuele met het collectieve maar blijven toch onmiskenbaar persoonlijk.

A dress is more than just a piece of clothing, it seems, especially if it is antique and carries the history and struggle of an entire nation, the hard work of women, and great happiness. Photo by Oren Ziv

Een jurk is meer dan slechts een kledingstuk, met name wanneer het oud is en een geschiedenis van de strijd van een gehele natie, het harde werk van vrouwen en grote blijdschap bij zich draagt. Foto: Oren Ziv

De ‘Palestine Hosting Society‘, een onderzoeksproject dat werd opgezet door Mirna Bamieh (een artiest en kok uit Jeruzalem), onderzoekt Palestijnse voedingspraktijken. Bamieh begon in 2016 met haar onderzoek nadat haar was opgevallen dat restaurants in Ramallah slechts een gelimiteerd aantal Palestijnse gerechten op hun menukaart hadden staan. “Voor mij zijn restaurants en het bezoeken van restaurants een manier om je identiteit publiekelijk uit te dragen” zegt Bamieh. Dit gelimiteerde aanbod was een reflectie van een misvatting door sommige Palestijnen dat hun keuken niet divers of uniek was. Deze misvatting, die gevormd is door de restricties van de militaire Israëlische bezetting, is hetgene waarin Bamieh een uitdaging ziet. Het project heeft zich door de tijd heen ontwikkeld maar begint doorgaans met onderzoek van de bereidingswijze van eten in een stad of bij een familie en mondt uit in een gehoste “tafel” waar het betreffende onderzoek wordt gepresenteerd aan een groep van 50 tot 60 genodigde gasten in de vorm van een maaltijd en een lezing van Bamieh. Terwijl de eerste tafel zich richtte op de bereidingswijze van voedsel van vijf verschillende families hebben eerdere tafels zich gericht op steden (Hebron en Nablus) en specifieke gewassen, zoals bij een recente tafel in het  Palestijns Museum waarbij gefocused werd op graan.

 

Een nieuwe generatie

En nu neemt een nieuwe generatie van jonge sterke vrouwen het over. We kunnen hen zien tijdens de vreedzame marsen en protesten in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De jonge vrouwen van de frontlinies, gesteund door hun families en vaak vergezeld door hen. Zij zijn de nieuwe stemmen van verzet. Niet alleen door te spreken maar ook door te doen zoals we konden zien bij vrijwillige verpleegkundigen tijdens de ‘Great March of Return’ in de Gazastrook, hun levens riskerend en zelfs een leven dat verloren ging om anderen te redden. We zagen recentelijk een veelbelovende Ahed Tamimi die een vreedzame mars leidde in Londen, meer dan ooit vastbesloten om het verzet tegen de bezetting voort te zetten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>