Overzicht april 2020

Een spotprent die op 16 maart 2020 gepubliceerd werd in Al-Hayat al-Jadida 

In de maand april 2020 registreerde Staat van Beleg 431 schendingen en 146 rapporten. (Zie ook ons archief en de maandrapporten van het “Negotations Affairs Department). Deze maand schrijven we over Israëlische schendingen tijdens de crisis van het coronavirus COVID-19.

– English text –

Het zou een goede gelegenheid zijn geweest voor Israël om samen te werken met de Palestijnse autoriteiten om het coronavirus COVID-19 te bestrijden teneinde zowel Israëlische als Palestijnse burgers te beschermen.

Volgens internationale wetgeving heeft Israël als bezettende macht de plicht om de mensen die ze bezet te beschermen. In the Vierde Genève Conventie onder Deel III. Status en Behandeling van Beschermde Personen, Artikel 56 lezen we:

“ De bezettende Mogendheid is verplicht met alle haar ten dienste staande middelen, met medewerking van de nationale en plaatstelijke autoriteiten, de ziekeninrichtingen en de geneeskundige diensten in stand te houden, alsmede de volksgezondheid en de algemene hygiëne in het bezette gebied te verzekeren, in het bijzonder door de invoering en toepassing van prophylactische en preventieve maatregelen welke noodzakelijk zijn om de verbreiding van besmettelijke ziekten en van epidemieën te bestrijden. Aan het geneeskundig personeel van alle categorieën zal worden toegestaan zijn taak te vervullen.

Indien nieuwe ziekeninrichtingen worden geopend in bezet gebied en, de bevoegde organen van de bezette Staat aldaar niet meer functioneren, moeten de bezettingsautoriteiten, zo nodig, aan die ziekeninrichtingen de erkenning, als bedoeld in artikel 18, verlenen. Onder soortgelijke omstandigheden moeten de bezettingsautoriteiten eveneens het personeel van de ziekeninrichtingen en de transportvoertuigen krachtens de bepalingen van de artikelen 20 en 21 erkennen.

Bij de invoering van maatregelen voor de volksgezondheid en hygiëne, alsmede bij hun toepassing, moet de bezettende Mogendheid rekening houden met de morele en ethische opvattingen van de bevolking van het bezette gebied.”

Wat we zagen sinds de uitbraak van het virus in Israël en de bezette gebieden is dat niet alleen de reguliere Israëlische schendigen floreren, echter de Israëlische bezettingsautoriteiten gaven tevens geen blijk van welwillendheid voor een efficiënte samenwerking om het virus te bestrijden. Nog erger is dat ze Palestijnen op vele manieren tegenhielden in hun pogingen om het virus te bestrijden. Daarbovenop gebeurde nog iets onvoorstelbaars in de afgelopen weken. Israëlische troepen en kolonisten spuugden op Palestijnen, hun huizen, auto’s en straten tijdens de dagelijkse en nachtelijke invallen in een poging om opzettelijk Palestijnen te besmetten met COVID-19. Artikel 56 van de Vierde Genève Conventie zegt niets over de noodzaak voor troepen van de bezettingsmacht te stoppen met spugen op bezette en ondergeschikte gemeenschappen; waarschijnlijk omdat het een gegeven is dat zulk smerig gedrag volledig onacceptabel is en geen aparte tekstuele referentie behoeft. Artikel 56 zoals recentelijk benadrukt door de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtensituatie in de Palestijnse gebieden, Michael Lynk, verzoekt Israël als bezettende macht te verzekeren dat alle benodigde preventieve maatregelen die beschikbaar zijn worden genomen om “de verspreiding van besmettelijke ziektes en epidemieën te bestrijden”.

We zullen in deze tekst aandacht schenken aan een aantal onverantwoorde wetteloze acties van de bezettende macht en Israëlische kolonisten die we over de afgelopen weken voorbij zagen komen. Gelieve op te merken dat de incidenten die genoemd worden als indicatie dienen en dat de meeste incidenten geen losstaande gevallen zijn.

Arrestaties

Ondanks wijdverbreide bezorgdheid over de uitbraak van het coronavisus wist Israël afgelopen maart toch nog 357 Palestijnen te arresteren tijdens invallen in de bezette Palestijnse gebieden, inclusief 48 kinderen onder de leeftijd van 18 jaar en vier vrouwen. We noemden al dat gedurende invallen in diverse delen van de bezette Westelijke Jordaanoever soldaten opzettelijk spuugden op Palestijnen, hun straten, auto’s en huizen.

Uit de vele Israëlische invallen en arrestatiecampagnes kozen we het volgende incident als illustratie. Gedurende de afsluiting van Bethlehem, waar de eerste gevallen van COVID-19 in bezet Palestina werden waargenomen, deden Israëlische troepen een gewelddadige inval in het familiehuis van de student journalistiek Ramiz Laham (23). Ze bliezen de voordeur op, sloopten meubels en raakten simpelweg alles in het huis aan voordat ze Ramiz arresteerden. Toen het tijd was om te vertrekken gooiden de soldaten een beschermend pak naar Ramiz met het bevel het aan te trekken. Terwijl Ramiz het pak aantrok begonnen de soldaten te lachen en zijn moeder te bespotten door te zeggen: “hoe ziet Ramiz eruit met corona?”

Nalatigheid en onverantwoorde acties

Palestijnse arbeiders die ervan verdacht werden het coronavirus te hebben werden bij een checkpoint in de Westelijke Jordaanoever afgezet zonder rekening te houden met hun gezondheid of veiligheid. Op videobeelden is te zien hoe de Palestijnse arbeider Malek Jayousi aan de kant van de weg ligt naast het checkpoint Sira/Macabbim. De 27-jarige Jayousi van het nabijgelegen dorp Sura, werd daar door de Israëlische politie achtergelaten nadat hij ervan beschuldigd was met het coronavirus besmet te zijn. In een ander incident werd gezien dat een man uit een taxi stapte bij een checkpoint. De man zei dat hij hulp nodig had omdat hij wellicht besmet was met het coronavirus. Er werd een stuk karton voor hem neergelegd op de grond en de man kreeg water aangeboden waarbij de benodigde afstand werd gehouden. De jonge man vertelde dat hij 32 jaar was en in het vluchtelingenkamp Jalazoun woonde, nabij Ramallah, en werkte als bouwvakker op een bouwplaats in Israël. Hij had koorts gekregen tijdens zijn werk en vroeg aan zijn baas of hij een ambulance kon bellen. Zijn baas weigerde dit te doen en hij belde daarom zelf een ambulance maar de verpleegkundigen weigerden hem naar een Israëlisch ziekenhuis te brengen. Zijn baas verzocht hem een taxi te nemen naar huis en dat is wat hij deed.

Op 10 april openden de Israëlische bezettingsautoriteiten diverse riooltunnels nabij Qalqiliya in de Westelijke Jordaanoever om Palestijnse arbeiders terug naar de Westelijke Jordaanoever te smokkelen. De gouverneur van Qalqiliya, Rafi’ Rawajbeh, zei dat het openen van riooltunnels een poging van Israël was om de inspanningen van de Palestijnse overheid te ondermijnen om de coronaviruspandemie in Palestina in te perken. De meeste van de 266 bevestigde gevallen in Palestina tot dusver kwamen namelijk uit Israël.

Palestijnen in bezet Oost-Jeruzalem zien het vooruitzicht van een grootse coronavirusuitbraak tegemoet, aangewakkerd en verergerd door Israëlische nalatigheid. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van gezondheidsdeskundigen en zelfs van de Israëlische burgemeester van Jeruzalem, Moshe Leon, heeft Israël weinig gedaan om een uitbraak te voorkomen. Wat de situatie erger maakt is dat niemand een nauwkeurig beeld heeft over hoe wijdverbreid infectiegevallen in Palestijnse wijken zijn.

Het sluiten van moskeeën tijdens de crisis van het coronavirus zou een rechtvaardige maatregel zijn wanneer Israëlische kolonisten tegen werden gehouden deze ruimtes binnen te vallen. Toen de Israëlische autoriteiten de meeste deuren van de moskee al-Aqsa sloot onder het voorwendsel van “voorzorgsmaatregelen tegen het coronavirus” stond het tientallen kolonisten toe het terrein binnen te vallen.

Op 12 maart escorteerden Israëlische troepen tientallen Israëlische kolonisten naar de archeologische Palestijnse plaats Sebastia, ten noordwesten van Nablus. Hiermee tartten ze de sluiting door het Palestijnse ministerie van Toerisme en van de gouverneur van Nablus in hun poging de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De sluiting was aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om grote samenscholingen te voorkomen.

Israëlische natlatigheid ten aanzien van het leven van Palestijnse gevangenen bereikte een hoogtepunt toen gedetineerden in de gevangenis Megiddo verzochten om alle gevangenen te testen op COVID-19 en hun een veiligheidspakket te verstrekken met mondkapjes, plastic handschoenen en antibacteriële handgel. De reactie van de Israëlische gevangenisdienst was hen te informeren: “Gebruik jullie sokken om mondkapjes te maken en gebruik jullie zeep om de cellen te desinfecteren”.  Echter, zowel sokken als zeep waren de dingen die recentelijk waren verboden.

Palestijnse studenten in Israël worden onevenredig benadeeld met de overgang naar online studeren met het oog op de coronaviruspandemie volgens een petitie aan het hooggerechtshof ingediend door de Palestijnse mensenrechtengroep Adalah en andere NGO’s.

Israël faalt in het verstrekken van realtime coronavirusupdates in Arabisch voor Palestijnen.

De maatregelen die Israël neemt om het coronavirus te bestrijden worden niet geïmplementeerd voor de bedoeïenenbevolking.

Restricties

De woordvoerder van de “United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees” (UNRWA), Sami Imsha’sha’, verklaarde dat de bezettingsmacht medewerkers van de agentschap beperkt in hun werk om het coronavirus te bestrijden in vluchtelingenkampen in Jeruzalem.

Medio maart hieldt de bezettingsautoriteit de “Palestinian Medical Relief Society” tegen om voorlichtingsbrochures te distribueren over preventiemethodes voor het coronavirus, symptomen en huisquarantaine.

Op 23 maart arresteerde Israëlische politie vier Palestijnen die openbare ruimtes desinfecteerden ter bestrijding van de verspreiding van het coronavirus nabij de “Lions’ Gate” in bezet Jeruzalem. Hun materiaal werd in beslag genomen.

On 26 maart arriveerden medewerkers van de gemeente in de Westelijke Jordaanoever, geëscorteerd door militaire jeeps, een bulldozer en twee diepladers met hijskranen bij de Palestijnse gemeenschap Khirbet Ibziq in de noordelijke Jordaanvallei. Ze confisceerden palen en tenststof die bedoeld waren om acht tenten op te zetten, twee voor een veldhospitaal, vier voor noodvoorzieningen voor inwoners die geëvacueerd moesten worden uit hun huizen en twee geïmproviseerde moskeeën.

De geconfisceerde bouwstenen voor een veldhospitaal in Khirbet Ibziq. Foto: ‘Aref Daraghmeh. B’Tselem – 26 maart 2020

Op 31 maart bestormden bezettingstroepen het dorp Sur Baher village, ten zuiden van Jeruzalem, en confisceerden tientallen voedselpakketten voor distributie aan de dorpsbewoners vanwege de coronacrisis.

Kolonistengeweld

Begin april rapporteerde de United Nations dat kolonistengeweld tegen Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever was toegenomen met 78% gedurende de laatste twee weken van de COVID-19 pandemie in vergelijking met de rest van het jaar.

De “Palestinian Water Authority” (PWA) waarschuwde dat het dumpen van afvalwater van Israëlische nederzettingen op Palestijnse wijngaarden in Beit Ummar, ten noorden van Hebron, Palestijnen blootstelt aan besmetting met het coronavirus. PWA stelde dat diverse onderzoeken uitgevoerd in de VS, Nederland en Zweden alsook een recente studie uitgevoerd door het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de aanwezigheid van het COVID-19 virus in afvalwater hebben aangetoond. Hierdoor worden Palestijnen door het afvalwater van Israëlische nederzettingen blootgesteld aan het risico besmet te raken met het virus, temeer vanwege het hoge aantal ziektegevallen in Israël en haar illegale nederzettingen.

In de schaduw van de verspreiding van het coronavirus in Israël/Palestina namen meer dan 250 Israëlische kolonisten deel aan een jaarlijkse parade om het Joodse Purimfeest te vieren in het centrum van bezet Hebron. De kolonisten die vanaf de wijk Tel Rumeida naar het Graf van de Patriarchen liepen werden vergezeld door honderden Israëlische soldaten en politieagenten die Palestijnse omstanders tegenhielden.

Israëlische kolonisten dansen tijdens de jaarlijkse Purimparade in Hebron. Palestijnen die in hun huizen moesten blijven kijken vanaf hun balkon toe. 10 maart 2020. Foto: Oren Ziv

Op 5 april werden drie Palestijnen die door de gemeente Jeruzalem aan het werk gesteld waren voor de schoonmaak van straten in de wijk Ramat Eshkol door Israëliërs aangevallen met een mes en traangas.

Op 13 april viel een groep radicale kolonisten die in een door militairen gerunde quarantainefaciliteit voor corona waren geplaatst een groep Palestijnse kampeerders aan en vernielden hun auto’s nabij de dode zee. De groep kolonisten, allemaal afkomstig uit het gebied van de beruchte nederzetting Yitzhar ten zuiden van Nablus, waren in een afgeschermde tent geplaatst nadat ze in contact waren gekomen met een coronaviruspatiënt.

De Gazastrook

Al jaren waarschuwen internationale NGO’s en zelfs een aantal Israëlische functionarissen dat de gezondheidszorg in de Gazastrook op de rand van instorten staat, aangewakkerd door decennialange systematiche “de-development“, verpaupering en de blokkade. Alle problemen veroorzaakt door de Israëlische blokkade zijn verstrengeld met en nemen toe in de gezondheidssector in de Gazastrook: een ernstige watercrisis, een extreem tekort aan elektriciteit, hoge percentages van werkloosheid en een afbrokkelende infrastructuur.

Hierom is de gezondheidszorg niet uitgerust voor een uitbraak van COVID-19 . Er zijn 2,895 ziekenhuisbedden, of 1.3 bedden per duizend mensen en er zijn slechts 50 tot 60 ventilatoren voor volwassenen. Volgens het hoofd van het WHO’s bijkantoor in de Gazastrook, Abdelnasser Soboh, is de Gazastrook slechts voorbereid om de eerste honderd gevallen met het virus te behandelen; daarna zal er meer steun nodig zijn.

Het gezondheidssysteem wordt verder verslechterd door de emigratie van vele Palestijnse gezondheidswerkers vanwege de economische crisis in de Gazastrook.

Een ander probleem dat een massaverspreiding van het virus zou kunnen veroorzaken is de bevolkingsdichtheid. Volgens wetenschappers vergroot drukte de kans dat mensen besmettelijke ziektes overdragen, en met een gemiddelde van 6,028 personen per vierkante meter heeft de Gazastrook een van de hoogste bevolkingsdichtheidpercentages ter wereld. Terwijl Israël de capaciteit van de gezondheidszorg in de Gazastrook om met een gezondheidscrisis als COVID-19 om te gaan heeft verslechterd, heeft het geen plan openbaar gemaakt om de verspreiding van het virus tegen te gaan in een van de meest dichtbevolkte en kwetsbare gebieden ter wereld.

Algemeen zicht op Palestijnse huizen en gebouwen in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook, 9 februari 2020. (Abed Rahim Khatib/Flash90)

Op 8 april meldde het Palestijnse ministerie van Gezondheid dat het centrale laboratorium in de Gazastrook geen middelen meer had om coronavirustesten uit te voeren, waardoor een grote achterstand ontstond van nog uit te voeren testen.

Slotwoord

Met alle informatie die we verzameld hebben mogen we concluderen dat Israël niet alleen onbereidwillig is samen te werken in een poging het coronavirus te berstrijden, ze verhindert ook nog eens de Palestijnse autoriteiten en Palestijnse burgers in hun pogingen. Het is zelfs gebleken dat Israëlische schendingen die plaatsvonden tijdens de coronacrisis opzettelijke acties waren om de Palestijnse volksgezondheid te ondermijnen. We waren dan ook zeer verrast dat de Verenigde Naties hun lof uitsprak voor Israël’s “fantastische” samenwerking met de Palestijnse autoriteiten in de bestrijding van het coronavirus. De VN looft niet alleen de zogenaamde veiligheidssamenwerking tussen het Israëlische leger en de Palestijnse autoriteiten, ze voorziet Israël ook van een alibi om haar voortdurende aanvallen op Palestijnse gezondheidsrechten te verbergen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft richtlijnen uitgebracht om het virus wereldwijd te bestrijden. We konden zien dat landen vrij waren in het toepassen van verschillende methoden in hun pogingen het virus te bestrijden. Maar hoe werkt dat in de bezette gebieden? Zelfs in de gebieden die officieel onder Palestijnse controle vallen viel het omgaan met een delicate zaak als een pandemie niet binnen de structuur van zelfbeschikking. Wanneer de bezettingsmacht artikel 56 van de Vierde Genève Conventie negeert zou het dan niet meer dan logisch zijn en in het geval van een globale gezondheidscrisis zelfs vereist om volledige zelfbeschikking te verlenen aan de Palestijnse autoriteiten in tijden van een pandemie? Tegelijkertijd zou Israëlische tegenwerking die de gezondheidsveiligheid van Palestijnen ondermijnt internationaal gemonitord en gerapporteerd moeten worden als oorlogsmisdaden. Waarom is er anders internationale wetgeving? We verwachten echter niet veel steun van de WHO aangaande laatstgenoemde vanwege het opvallende feit dat ze Israël onder “European Region” schaart in de dagelijkse “situation updates“. Je kunt dat vergelijken met de lof die de VN uitsprak over de Israëlische samenwerking met de Palestijnse autoriteit, ook een onwaarheid!

Wederom worden Palestijnen in een vacuüm gemanoeuvreerd, een kwetsbare positie. En de wereld zal de ontwikkelingen op veilige afstand volgen en zal wederom de Palestijnen loven voor hun geduld, hun volharding en voor de manier hoe ze met het onmogelijke omgaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *