Overzicht juni 2020

Bedoeïenenkinderen dwalen af van hun dorp al-Hadidiya in de Westelijke Jordaanoever dat zich nu binnen een afgesloten Israëlische militaire zone bevindt. Foto: IRIN/Phoebe Greenwood

In de maand juni 2020 registreerde Staat van Beleg 972 schendingen en 189 rapporten. (Zie ook ons archief en de maandrapporten van het “Negotations Affairs Department”). Deze maand schrijven we over de impact die de Israëlische de facto annexatie van land in de Westelijke Jordaanoever heeft op Palestijnse boeren en bedoeïenen.

-English text –

In de afgelopen weken waren we getuige van een mediastorm over de intentie, met een door Netanyahu zelfverklaard streefdoel van 1 juli, om de Israëlische souvereiniteit over alle nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever uit te breiden. De meeste van de artikelen bevatten speculaties over of het daadwerkelijk gaat plaatsvinden, wanneer het zal gaan plaatsvinden en in welke omvang het gaat plaatsvinden.

We zouden graag de “Settlements Regularization Law” onder uw aandacht willen brengen die door de Knesset in 2017 werd aangenomen. Deze wet zou alle nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever die gebouwd zijn op Palestijns privéland legaliseren door het land de facto te onteigenen, nederzettingen te plannen en met terugwerkende kracht de huizen die al gebouwd waren op het land te autoriseren. De wet zou deze nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever regulariseren met gebieden die eenzijdig geannexeerd zijn door Israël zoals de Golanhoogte en Oost-Jeruzalem, in strijd met internationale wetgeving. De wet die bevroren was sinds ze drie jaar geleden was aangenomen stelt dat het land waarop de nederzettingen gebouwd zijn in bezit blijven van haar Palestijnse eigenaren maar het gebruik van het land zal worden onteigend door Israël. In ruil zullen de landeigenaren gecompenseerd worden met een tarief van 125 procent van de waarde van het vastgoed. Echter, begin juni dit jaar besliste het Israëlische Hoogste Gerechtshof tegen de wetgeving die erop gericht is met terugwerkende kracht nederzettingen te legaliseren. In een bijna unanieme beslissing beslisten acht van de negen rechters van het panel dat de “Regulation Law” ongrondwettig was vanwege het feit dat het eigendomsrechten en gelijkheid van Palestijnen schendt en duidelijke prioriteit geeft aan de belangen van Israëlische kolonisten ten opzichte van Palestijnse inwoners. Netanyahu’s Likud Partij noemt de beslissing “ongelukkig” en belooft “aan een nieuwe wet te werken”.

Wanneer we ons vanaf dit punt begeven naar de situatie ter plaatse dan kunnen we ons afvragen of het nodig is voor Israël om wetten aan te nemen om haar nederzettingen en annexatieplannen tot uitvoering te brengen. In feite is Israël nooit gestopt met het annexeren van Palestijns land, met bouwplannen voor nieuwe illegale nederzettingen en met het slopen van Palestijnse huizen. Al deze eindeloze speculaties gedurende de vele jaren van de Israëlische bezetting waren in wezen een welkome afleiding voor een de facto annexatie. We zouden graag de meest kwetsbare slachtoffers van Israëlische landroof en sloop van huizen onder uw aandacht willen brengen.

“Wanneer je Palestijnen uit de Jordaanvallei vraagt hoe ze over de annexatie denken zullen velen zeggen dat ze dachten dat ze al lang geleden geannexeerd waren.”

– Salem Barahmeh, Directeur van het Palestijnse Instituut voor Publieke Diplomatie

24 sloopbevelen voor de bedoeïenengemeenschap in Wadi al-Seiq

Bij toeval zagen we een artikel voorbijkomen over de Palestijnse bedoeïenengemeenschap in Wadi al-Seiq, ten oosten van Ramallah in de Westelijke Jordaanoever, die momenteel een nieuwe Nakba ervaart omdat de gemeenschap bedreigt wordt verdreven te worden uit hun huizen in een poging van de Israëlische overheid het gebied te annexeren. Het artikel van The Palestinian Information Center verscheen niet onder “nieuwsberichten”. Ondanks dat het incident in de week ervoor plaatsvond was het onder “rapporten” geplaatst waardoor het minder aannemelijk is dat veel mensen het zullen lezen. Misschien zijn lokale nieuwsagentschappen wat terughoudender geworden om sloopacties onder onze urgente aandacht te brengen, bang voor de teleurstelling dat de wereld wederom Palestijns leed zal negeren. Dit was echter groot nieuws! Er werd vermeld dat de inwoners van Wadi al-Seiq 24 sloop en evacuatiebevelen van huizen en tenten hadden ontvangen die worden bewoond door Palestijnse families. Abu Bashar al-Ka’abna, een afgevaardigde van de Wadi al-Seiq bedoeïenengemeenschap, liet weten dat de Israëlische overheid van plan is om heel het gebied te ontdoen van Palestijnen als onderdeel van het annexatieplan dat in de komende tijd uitgevoerd zal gaan worden. Al-Ka’abna meldde dat Israëlische kolonisten, geëscorteerd door gewapende soldaten, herhaaldelijk met bulldozers Palestijns land in de omgeving van Wadi al-Seiq heeft platgewalst. Een van de inwoners zei: “Voor “Eid al-Fitr” werden mij vier sloopbevelen overhandigd. Op de eerste dag van het feest werden irrigatieslangen en drinkbakken voor de schapen geconfisceerd”. Het “Jerusalem Legal Aid and Human Rights Center” verklaarde dat de inwoners van Wadi al-Seiq al sinds 1996 verdijvings en sloopbedreigingen ontvangen onder het voorwendsel dat ze in een militaire zone wonen, ondanks dat het gebied buiten de schietbaan die bestemd is voor training ligt.

Toen we op zoek gingen naar informatie vonden we een artikel van de “Norwegian Refugee council” van November 2017 waarin een school werd vermeld in Wadi al-Seiq, door Europese overheden gefinancierd, die bedreigd werd met sloop en inbeslagneming. De school was gefinancierd met Europees donorgeld als humanitaire hulp voor bedoeïenengemeenschappen die moeite hadden met toegang te krijgen tot elementaire basisdiensten. Er wordt hulp geboden aan vluchtelingengemeenschappen die verdreven zijn en al vele jaren hebben geleden door de vernietiging van hun bezittingen. De school in Wadi al-Seiq heeft in de laatste negen jaar al 11 keer een opdracht om bouwwerkzaamheden te staken ontvangen! Twee gebouwen werden in 2012 en 2014 gesloopt en alle mobiele latrines die door een lokale NGO waren geschonken werden geconfisceerd door de “Israeli Civil Administration” (ICA).

Wat we opvallend vonden was dat we niet meer informatie konden vinden over de herhaaldelijke sloopacties van de school in Wadi al-Seiq, afgezien van een korte vermelding in een OCHA rapport. We vroegen ons af hoeveel Palestijnse bedoeïenen hun land en huizen over de jaren waren kwijtgeraakt. Uit statistieken van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem kunnen we opmaken dat vanaf 2006 tot 31 mei 2020 de huizen van tenminste 1,085 mensen uit Palestijnse gemeenschappen die niet worden erkend door Israël – inclusief 521 minderjarigen – meer dan een keer zijn gesloopt door Israël. Er is echter een redelijke kans dat dit aantal veel hoger is. In een artikel uit 2011 van “Jordan Valley Solidarity” wordt vermeld dat tussen januari 2000 and september 2007 Israël 1,663 Palestijnse gebouwen heeft gesloopt in de Jordaanvallei.

Wadi el-Seiq, gegotografeerd tijdens een trektocht met “Discover Palestine Wildlife”. Het gebied biedt prachtig uitzicht op de bergen. De mooie natuur bestaat uit grotten en een rijke beplanting.

Internationale betrokkenheid

Een rapport van de UNDP uit september 2013 wijst op de schrijnende situatie van Palestijnse bedoeïenen die in de bezette Palestijnse gebieden leven. Het rapport geeft een gedetailleerd zicht op de gedwongen uitdrijving over het laatste decennium en accentueert de vele restricties die door Israël worden opgelegd. Wat we lezen is dat in gebied ‘C’ slechts 250,000 dunums beschikbaar zijn als weidegrond voor schapen en geiten. In landbouwgebieden nabij Jericho en de Jordaanvallei is het verboden om vee naar weidegrond te brengen om te laten grazen. In het verleden konden sommige bedoeïenengemeenschappen zoals de Al Azazmeh in Masafir Beni Naim 15 tot 20 km reizen om betere weidegronden te vinden in overeenstemming met de verschillende seizoenen. Nu, en dat was in 2013, kunnen ze zich slechts een of twee km buiten hun dorp bewegen.

Een andere belangrijke passsage uit het rapport: “De dreiging van mogelijke verplaatsing van bedoeïenen is de voorbereiding op een toekomstige ruil van gebieden waarbij Palestijnen verblijfsrechten verliezen van geografisch belangrijk land in ruil voor braakland in de woestijn. Terwijl er in 1967 350,000 Palestijnen leefden in wat nu omschreven wordt als gebied ‘C’ zijn dat er vandaag de dag nog maar 150,000, een aantal dat Israëlische politici als aanvaardbaar moeten hebben beschouwd om te integreren in de joodse staat.” Of Palestijnse bedoeïenen als aanvaardbaar zullen worden beschouwd te integreren in de joodse staat valt nog te bezien. Het Israëlische parlementslid Bezalel Smotrich verklaarde recentelijk dat het geboortecijfer onder de Israëlische bedoeïenengemeenschap “een bom is die moet worden aangepakt,” en waarschuwde dat “wanneer we het niet onschadelijk maken het ons nog zwaarder zal treffen”.

In april van dit jaar, verrassend genoeg aan de vooravond van Israël’s annexatiewoede, gaf UN Habitat in samenwerking met het Ministerie van de Lokale Overheid van de Palestijnse Staat een rapport uit met als doel een zinvolle bijdrage te leveren aan de formulering van beleidswijziging en een implementatiestrategie die kan helpen grondbezit veilig te stellen en de weerbaarheid van bedoeïenengemeenschappen te stimuleren in gebied ‘C’ van de Westelijke Jordaanoever. Het document startte met de volgende disclaimer:

“ De benamingen en presentatie van materiaal die in deze publicatie gebruikt zijn impliceren niet de uiting van welke mening dan ook van de kant van het secretariaat van de Verenigde Naties of de Europese Unie aangaande de legale status van enig land, grondgebied, stad, zone of van haar autoriteiten, of aangaande de afbakening van haar grenzen of aangaande haar economische systeem of mate van ontwikkeling. De analyses, conclusies en aanbevelingen van deze publicatie weerspiegelen niet noodzakelijk de standpunten van het nederzettingenprogramma van de Verenigde Naties, haar raad van bestuur of de Europese Unie.”

Als archief bevinden we ons ook niet in de positie om onze mening te geven maar na het lezen van deze disclaimer voelden we de noodzaak ons uit te spreken.

Ten eerste is de timing van dit document uitermate kwetsend ten opzichte van de Palestijnse zaak gegeven het feit dat de realiteit ter plaatse duidelijk aangeeft dat beleidswijziging “wishful thinking” is in plaats van een haalbare doelstelling.

Ten tweede hebben Palestijnen dringend behoefte aan volledige steun van de internationale gemeenschap in een tijd dat de laatste stukjes land die Palestina als staat bijeen zouden kunnen houden zeer waarschijnlijk en op elk moment geannexeerd kunnen worden. Wanneer we kijken naar de disclaimer dan is het duidelijk dat de internationale gemeenschap zeer terughoudend is om een standpunt in te nemen over Palestijns land en Palestijnse levens en dit maakt het rapport nutteloos. Het is zoals alle andere publicaties van EU en VN instanties aangaande Palestina, een eindeloze herhaling van holle frasen die uiteindelijk de Israëlische misdaden mogelijk maken.

De aanbevelingen voor beleidswijziging zijn schaamteloos onrealsitisch. We zijn niet alleen getuige van dagelijks kolonistengeweld tegen Palestijnse bedoeïenen en boeren maar een bezettingsmacht die de mensen die ze bezet zou moeten beschermen beschermt deze kolonisten in hun misdaden en ze draagt bij met geweld,  restrictiesconfiscatiesvernielingen en arrestaties. Ondertussen worden Palestijnse gewassen ontworteld en Palestijns land platgewalst met bulldozers door Israëlische troepen om plaats te maken voor nieuwe illegale nederzettingen.  En voor de Palestijnse boeren die nog land bezitten dat geïsoleerd is vanwege de afscheidingsmuur (de “Seam Zone”) werd in 2020 tot dusver 84% van de aanvragen om hun land te kunnen bereiken afgekeurd door Israël.

Israëlische bezettingssoldaten vernielen Palestijnse gewassen, een waterbron en een steunmuur in het dorp Alhegrah te Hebron – 6 februari 2020. Foto: Mashhour Wihwah Abu Yazan.

In een gezond milieu zou het zeker een optie zijn met elkaar aan tafel te gaan zitten en beleidswijzigingen te bespreken maar zou het niet eerlijk zijn, gezien de situatie, om toe te geven dat deze optie niet van toepassing is? Het is de onwettige bezetting van een volk dat aangekaart zou moeten worden, niet de manieren om hier mee om te gaan. Het is de bezettingsmacht die gestraft moet worden voor deze voortdurende misdaden.

Welk advies gaan we met dit rapport geven aan de Palestijnse watermeloenboer Murad Sartawi? Hoe gaat hij met dit rapport ontsnappen aan de kwaadaardige acties van Israël met als doel zijn handel om zeep te helpen om vervolgens zijn land over te nemen? Dat is de realiteit en geen rapport kan daar verandering in brengen!

“Nadat de dorpsbewoners de overeenkomst hadden nageleefd en gestopt waren gebruik te maken van hun waterbronnen begonnen de bezettingsautoriteiten geleidelijk met de hoeveelheid water die hen was toegezegd te verminderen om hun teelt in gevaar te brengen.”

– Suleiman Sawafta, watermeloenboer in Bardala, Jordaanvallei –

Deze maand alleen archiveerden we 174 gevallen van annexatie van Palestijns land en sloop van Palestijnse huizen. Helaas kan ook ons archief de realiteit van een wrede bezetting niet veranderen. We zijn ons zeer bewust dat archieven, media-aandacht en activisme slechts een druppel op de gloeiende plaat zijn in vergelijking met wat zou kunnen worden bereikt wanneer we goed functionerende overheden en intergouvernementele organisaties hadden die de internationale wetgeving zouden navolgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *