Overzicht oktober 2020

Een door de EU gefinancierd onderkomen in het Palestijnse dorp Umm al-Khair werd door Israël gesloopt op 9 augustus 2016. (Foto: Guy Butavia)

In de maand oktober 2020 registreerde Staat van Beleg 846 schendingen en 157 rapporten. (Zie ook ons archief en de maandrapporten van het “Negotations Affairs Department”). Deze maand schrijven we over Palestijnse bouwwerken die met donorgeld zijn betaald en door Israël werden gesloopt of in beslag werden genomen.

-English text –

Sloop en verdrijving

De Israëlische bezettingsautoriteiten hebben sinds het begin van dit jaar meer dan 500 Palestijnse gebouwen gesloopt in de bezette Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem onder het voorwendsel van onbevoegde bouw.

Er zijn veel Palestijnen dakloos gemaakt tijdens de pandemie en zonder de vereiste bouwvergunningen worden gebouwen herhaaldelijk gesloopt en worden zelfs tenten, die vaak worden gedoneerd door de Palestijnse autoriteiten en liefdadigheidsinstellingen, keer op keer in beslag genomen. Zelfs waterleidingen om bedoeïenen in hun waterbehoefte te voorzien worden vernield.

Recentelijk werden 73 mensen, inclusief 41 kinderen, verdreven toen de Israëlische autoriteiten hun huizen, andere bouwwerken en bezittingen vernielden in de Palestijnse gemeenschap Humsa Al Bqai’a. Driekwart van de inwoners van de gemeenschap verloor hun onderkomens waarmee dit de grootste gedwongen verdrijving is in de afgelopen vier jaar. Gelegen in de Jordaanvallei is Humsa Al Bqai’a een van de 38 bedoeïenen en herdergemeenschappen, gedeeltelijk of geheel gelegen in de door Israël uitgeroepen ‘vuurzones.’ Dit zijn de meest kwetsbare gemeenschappen in de Westelijke Jordaanoever met gelimiteerde toegang tot scholing, gezondheidszorg, water, sanitatie en elektriciteit.

Een Palestijns meisje slaapt in een gemeentegebouw nadat Israëlische bezettingstroepen haar familiehuis hadden gesloopt nabij Tubas. (bron: social media)

Op beelden van deze vreselijke sloop en verdrijvingsacties zien we vaak een sfeer van gelatenheid. Bedoeïenen nemen hun meubels mee, inclusief wiegjes, en lopen kalm weg. Ze zijn eraan gewend geraakt te bouwen en te herbouwen. Maar we zien ook woede, radeloosheid en huilende kinderen. We lezen niet zoveel over hoe deze mensen overleven, of ze een plaats hebben om te verblijven en of ze ooit kans maken een bouwvergunning te bemachtigen. Wanneer plaatselijke belangenbehartigers en internationale mensenrechtenactivisten deze sloopacties niet zouden monitoren dan zouden hun verhalen in een vacuüm van onwetendheid verdwijnen.

De Verenigde Naties, de Europese Unie en andere internationale instellingen keuren deze sloopacties herhaaldelijk af, echter zonder sanctiebeleid. Nu we een stijging zien in de sloop van Palestijnse gebouwen die door de Europese Unie zijn gefinancierd zouden we mogen verwachten dat er maatregelen genomen worden.

Het vernietigen van EU steun

Alleen al in augustus heeft Israël bijna $11,000 aan gebouwen die door donoren zijn gefinancierd en meer dan $90,000 aan steun gedurende de pandemie gesloopt of in beslag genomen. De meerderheid van deze gesloopte of geconfisceerde bouwwerken die met donorhulp gerealiseerd zijn dit jaar waren gefinancierd door de Europese Unie.

In 2019 heeft Israël ter waarde van een half miljoen dollars aan door EU gefinancierde projecten gesloopt of geconfisceerd. Een toename van 90 procent ten opzichte van 2018.

Daarentegen zijn in 2019 het aantal internationale (voornamelijk Europese) gefinancierde Palestijnse projecten geslonken naar slechts 12 ten opzichte van 75 in 2015. Dit staat gelijk aan het straffen van Palestijnen voor het slopen van Europese gefinancierde gebouwen door Israël in plaats van op te staan tegen Netanyahu’s regering.

Van januari tot juni 2018 werden 197 Palestijnse gebouwen getroffen door sloop, inbeslagname, vergrendeling of ontruiming. Bijna de helft van deze incidenten vonden plaats in Oost-Jeruzalem. Zodoende werden 176 Palestijnen, inclusief 70 kinderen, verdreven. Van de bouwwerken (zoals scholen en woningen) die over de periode van zes maanden werden getroffen waren 26 bouwwerken gefinancierd door de EU of EU lidstaten met een bedrag van €60,963.

Tussen 2001 en 2016, veroorzaakte Israël een geschatte $74 miljoen aan vernielingen van door de EU gefinancierde projecten. Dit is inclusief $26 miljoen aan vernielingen die zijn toegebracht tijdens de aanvallen op de Gazastrook in 2014.

Euro-Med Monitor (een organisatie die de vernielingen volgt van door de EU gefinancierde projecten) heeft een klacht neergelegd bij de Raad voor de mensenrechten dat de Israëlische autoriteiten hun medewerkers en voorzitter Dr. Ramy Abdu heeft onderworpen aan harde strafmaatregelen, waaronder restricties op bewegingsvrijheid en operaties en lastercampagnes.

De laatste sloopactie van een door de EU gefinancierd gebouw

Op 14 oktober hebben Israëlishe bezettingstroepen in de gemeenschap van Ras al-Teen, ten oosten van Ramallah, een basisschool die was gefinancierd door de Europese Unie gesloopt. 

De school was recentelijk gebouwd met geld van Frankrijk, Finland, Italië, Luxemburg, Ierland, Spanje, Groot Britannië en Zweden. en voorziet in het basisonderwijs (klas 1-6) van 50 kinderen.

De “Norwegian Refugee Council” benadrukt dat de sloop van deze school de kinderen dwingt om ongeveer 5 kilometer te lopen om de dichtsbijzijnde school te bereiken in het dorp al-Mughayyir.

Sinds de school haar deuren opende had ze met veel problemen te maken, met name de dreiging van de Israëlische bezetting. Toen de studenten hun schooljaar begonnen had de school geen dak en was het een gebouw van primitieve stenen. Daarna werd de rest van de faciliteiten verzorgd.

Studenten krijgen les in een klaslokaal van de Ras al-Teen school, ten noordoosten van Ramallah (bron: Wafa News Agency)

De bedoeïenenclan Irsheidat bewoont Ras al-Teen al meer dan 40 jaar in een gebied tussen de dorpen al-Mughayyir, Kafr Malik en Khirbet Abu Falah, ten noordoosten van Ramallah. Hajj Abu Salama, de burgemeester van de clan, verklaarde dat de gebieden waarop zijn mensen leven onder Palestijns toezicht staan maar dat Israël hen probeert te verdrijven. Abu Salama verklaarde dat het Israëlische bezettingsleger zo’n drie jaar geleden begon met het uitgeven van sloopbevelen van tenten en woningen met tinnen daken aan de inwoners. Er wonen 50 families in Ras al-Teen, elke familie bestaat uit tien gezinsleden. Hij legde uit hoe de inwoners onder harde omstandigheden leven vanwege het ontbreken van water of een elektriciteitsnetwerk. In de winter is het extra zwaar vanwege de regen en het ontbreken van faciliteiten.

De ernst van de sitiuatie komt tot uiting in het feit dat de Ras al-Teen school niet de eerste school is die werd gesloopt in de provincie Ramallah en het was ook niet de eerste school gebouwd met EU geld die gesloopt werd. De Wadi al-Seiq school, ten oosten van Ramallah, ontving 11 “stop-work orders” voor haar schoolgebouwen in een periode van negen jaar! Twee bouwwerken werden in 2012 and 2014 gesloopt en alle mobiele sanitaire voorzieningen die waren verstrekt door een lokale NGO in 2011 werden geconfisceerd door het Israëlische civiele bestuur. De school in Wadi al-Seiq was gebouwd met Europees donorgeld als humanitaire hulpverlening voor Palestijnse bedoeïenengemeenschappen die worstelen om toegang te krijgen tot basisbehoeften.

Valse verwachtingen

Sinds 2011 hebben de “Office of the European Union Representative” (EUREP), lidstaten, Noorwegen en Zwitserland gewerkt aan een Europees gezamenlijk programma in Palestina.

In afstemming met de Palestijnse nationale beleidsagenda 2017-2022, focust de “European Joint Strategy 2017-2020” op de volgende vijf pijlers:

  • Pijler 1: Hervorming van het bestuur, begrotingsconsolidatie en beleid (Pijler onder leiding van de EU, Verenigd Koninkrijk en Denemarken)
  • Pijler 2: Wetgeving, veiligheid van burgers en mensenrechten (Pijler onder leiding van het Verenigd Koninkrijk en Nederland)
  • Pijler 3: Duurzame dienstverlening (Pijler onder leiding van Finland/België, Italië en de EU)
  • Pijler 4: Toegang tot zelfvoorzienende water en energievoorzieningen. (Pijler onder leiding van Duitsland en Frankrijk)
  • Pijler 5: Duurzame economische ontwikkeling (Pijler onder leiding van Spanje en de EU)

Wanneer we kijken naar deze vijf pijlers en ze visualiseren naar de werkelijke situatie dan kunnen we slechts concluderen dat dit een pakket van valse verwachtingen is voor een bezette bevolking die afhankelijk is van hulp en bescherming. De donorsteun voor woningen en dienstverlening wordt vernield en alle pijlers in het algemeen zijn onderhevig aan de goodwill van Israël.

De internationale gemeenschap bevordert en ondersteunt financieel gendergelijkheidsprojecten in bezet Palestina en moedigt meisjes aan te studeren. De situatie van de sloop van de Ras al-Teen school maakt deze valse verwachtingen goed duidelijk. Zou iemand zijn zesjarige kind 5 km naar school laten lopen in een onveilig klimaat? Zonder fatsoenlijk transport en zonder een veilige thuissituatie is studeren in deze afgelegen gebieden die onder constante bedreiging staan nu niet bepaald een prioriteit. En toch vechten deze mensen voor onderwijs en bescherming. Echter, wanneer Palestijnen geen scholen en huizen op hun land kunnen bouwen en wanneer alle pogingen voor een fatsoenlijk en veilig leven worden verhinderd door Israël dan zijn deze pijlers slechts een instandhouding van de status quo.


Post navigation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *