Overzicht september 2021 | Het leven van een vrijheidsstrijder

Overzicht september 2021 | Het leven van een vrijheidsstrijder





In september 2021 registreerden we 1,577 schendingen en 153 rapporten. (Zie ook ons archief en de rapportages van de NAD). Deze maand schrijven we over de Palestijnse vrijheidsstrijder Zakaria Zubeidi.

Op 6 september ontsnapten zes Palestijnse gevangenen door een tunnel uit de gevangenis Gisboa in het noorden van Israël. Binnen twee weken werden alle zes gevangenen opgespoord en weer vastgezet door Israëlische troepen. De ontspapping en persoonlijke verhalen van de gevangenen kregen ruime aandacht in de media. Eindelijk konden we een glimp opvangen van de gezichten die zo lang verstopt waren achter Israëlische tralies. Mensen wilden weten wie ze waren en hoe ze in de gevangenis waren beland. Hun ontsnapping zette ook het lot van Palestijnse gevangenen in de schijnwerpers. We zagen protesten met oproepen om Palestijnse gevangenen vrij te laten binnen and buiten bezet Palestina.

Een van de gevangenen is Zakaria Zubeidi die vijf dagen na zijn ontsnapping werd opgepakt nabij het Israëlische dorp Kfar Tavor. We zullen hier Zubeidi’s levensverhaal delen, een verhaal dat veel overeenkomsten heeft met de levens van andere Palestijnse politieke gevangenen.

Wie is Zakaria Zubeidi?

Zakaria Muhammad ‘Abdelrahman Zubeidi  (geboren in 1976) is de voormalige leider van de “Al-Aqsa Martyrs’ Brigades”, een Palestijnse militante coalitie die verantwoordelijk is voor diverse schietpartijen tegen kolonisten en zelfmoordaanslagen tegen Israëlische doelen.

Hij wordt gezien als een “symbool van de Intifada” en stond een aantal jaren op een Israëlische lijst van meest gezochte mensen vanwege een aanslag in 2002 waarbij 6 mensen werden gedood in Beit She’an. In 2007 overhandigde hij zijn wapens aan de Palestijnse Autoriteit als onderdeel van een Israëlische amnestie toen hij gewapend verzet afzwoor en zich toewijdde aan cultureel verzet via theater. Op 28 december 2011 trok Israël zijn gratie in en werd hij wederom gearresteerd op basis van aanklachten tegen hem van de Palestijnse Autoriteit in een mogelijke schending van zijn clementiedeal.

Zijn jeugdjaren

Zakaria werd in 1976 geboren als zoon van Mohammed en Samira Zubeidi. Hij was een van de acht kinderen. In een zeldzaam interview vertelt Zakaria dat zijn vader, een leraar Engels, door Israël verhinderd werd les te geven nadat hij laat in de zestiger jaren gearresteerd was omdat hij lid was van de beweging Fatah. Hij werkte daarna als arbeider in een Israëlische ijzergieterij, gaf daarnaast privéles en werd een vredesactivist. De eerste Israëliër die Zubeidi ooit ontmoette was de soldaat die zijn vader oppakte en zijn moeder achterliet om alleen voor haar kinderen te zorgen.

Zakaria Zubeidi met zijn familie nabij het puin van hun huis dat gesloopt werd door 
bezettingstroepen in het vluchtelingenkamp Jenin in 1989. (Fotobron: Twitter)




In de late tachtiger/vroege negentiger jaren, gedurende de Eerste Intifada, opende de Israëlische mensenrechtenactivist Arna Mer-Khamis een kindertheater in Jenin, “Arna’s House”, om het begrip tussen Israëliërs en Palestijnen aan te moedigen. Tientallen Israëlische vrijwilligers organiseerden de evenementen en Samira die geloofde in vrede bood de bovenste verdieping van haar huis aan voor repetities. Zubeidi, toen 12 jaar, zijn oudere broer Daoud en vier andere jongens van dezelfde leeftijd vormden de kern van de groep.

Zubeidi bezocht de school van de UNRWA in het vluchtelingenkamp Jenin en het was duidelijk dat hij een goede student was. In 1989 toen hij 13 jaar was werd hij in zijn been geschoten toen hij stenen gooide naar Israëlische soldaten. Hij verbleef zes maanden in het ziekenhuis en onderging vier operaties. De schade was blijvend met één been korter dan het andere waardoor hij mank liep. Op 14-jarige leeftijd werd hij voor het eerst gearresteerd (weer voor het gooien van stenen) en voor zes maanden gevangengenomen. In die periode werd hij een vertegenwoordiger van de gevangenisdirecteur voor de andere kindgevangenen. Een jaar na zijn vrijlating verliet hij zijn opleiding aan de middelbare school. Weer een jaar later werd hij wederom gearresteerd voor het gooien van molotovcocktails en werd viereneenhalf jaar vastgezet. In de gevangenis leerde hij Hebreeuws, werd hij politiek actief en sloot hij zich aan bij de beweging Fatah.

Bij zijn vrijlating na de Oslo-akkoorden in 1993 sloot hij zich aan bij de veiligheidstroepen van de Palestijnse Autoriteit. Hij werd een sergeant maar haakte na een jaar gedesillusioneerd af. Hij klaagde: “Er waren collega’s die ik leerde lezen die promoties kregen en seniorenposities door vriendjespolitiek en corruptie.”

Hij ging vervolgens illegaal in Israël werken en verdiende twee jaar lang goed geld als aannemer voor huizenrenovaties in Tel Aviv en Haifa. Hij werd uiteindelijk gearresteerd in Afula en na kort gevangen te zijn genomen voor het werken zonder vergunning werd hij uitgezet naar Jenin. Omdat Zubeidi geen vergunning had om in Israël te werken ging hij over tot autodiefstal. In 1997 werd hij opgepakt vanwege een gestolen auto en kreeg een gevangenisstraf van vijftien maanden opgelegd. Toen hij zijn gevangenisstraf had uitgezeten ging hij terug naar het vluchtelingenkamp in Jenin. Hij werd vrachtwagenchauffeur en vervoerde bloem en olijfolie. In september 2000 verloor hij zijn baan toen de Westelijke Jordaanoever werd afgesloten vanwege de Tweede Intifada.

Leider van de Al-Aqsa Brigades

Slag om Jenin

Zubeidi herleid zijn aantreden tot gewapende militante groepen terug tot eind 2001 toen hij nadat een van zijn vrienden gedood werd bommen leerde maken. Op 3 maart 2002, een maand voor de grote aanval op het vluchtelingenkamp, werd zijn moeder gedood tijdens een Israëlische inval in Jenin. Ze schuilde in een huis van buren en werd doodgeschoten door een Israëlische scherpschutter toen ze dicht bij een raam stond. Ze bloedde vervolgens dood. Zubeidi’s broer Taha werd kort daarna ook gedood door Israëlische soldaten. Een maand later doodde een Palestijn uit Jenin tijdens een zelfmoordaanslag met bommen 29 Israëliërs. Vervolgens startte het Israëlische leger een grootschalig offensief in het vluchtelingenkamp Jenin waarbij honderden huizen vernield werden en 2,000 Palestijnen dakloos raakten. In tien dagen tijd verloren 52 Palestijnen en 23 Israëlische soldaten hun leven.

Zakaria Zubeidi, de lokale leider van de "Al-Aqsa Martyrs Brigades", en andere militanten marcheren in de straten van Jenin op zaterdag 2 april 2005 tijdens een bijeenkomst om het derde jubileum van de Israëlische aanval op Jenin te gedenken. (Foto: AP/Mohammed Ballas)




Naast de rouw om familie en vrienden die hij had verloren was Zubeidi erg verbitterd. Geen van de Israëliërs die gebruik hadden gemaakt van de gastvrijheid van zijn moeder en van wie hij dacht dat het zijn vrienden waren hadden een poging gedaan om contact met hem op te nemen. In een interview in 2006 verklaarde hij boos: “Jullie namen ons huis en onze moeder en jullie doodden mijn broer. We gaven jullie alles en wat kregen we ervoor terug? Een kogel in mijn moeders borst. Wij openden ons huis voor jullie en jullie sloopten het. Iedere week kwamen er 20 tot 30 Israëliërs in ons huis voor het theater. We gaven hen te eten. En nadien belde niemand ons op. Dat is het moment toen we het echte gezicht van links Israël zagen.”

De “Al-Aqsa Martyrs’ Brigades” zou vrede met Israël kunnen bereiken, stelde hij maar persoonlijk zou hij dat niet kunnen. Hij was niet in staat om het doden van zijn moeder en broer en de sloop van hun huis te vergeven.

Toen hij geen hoop meer had in het Israëlische vredeskamp sloot hij zich aan bij de “al-Aqsa Martyrs’ Brigades”, een gewapende vleugel van Fatah, en werd leider van de groepering. De “al-Aqsa Martyrs’ Brigades” eiste de verantwoordelijkheid op voor een aanval in november 2002 in Bet She’an waarbij zes burgers gedood werden en Israël wees Zubeidi aan als hoofdverdachte voor het organiseren van de aanval. Dit en andere aanvallen waarbij hij betrokken was maakte hem voor Israël tot een van de meest gezochte mannen in de Westelijke Jordaanoever.

De zoon van Arna, de Israëlische acteur Juliano Mer-Khamis, keerde terug naar Jenin in 2002 en zocht naar de jongens die in de theatergroep hadden gespeeld. Zubeidi was in het gewapende verzet gegaan, Daoud had 16 jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen voor militante activiteiten en de andere vier waren gedood. In 2004 voltooide Mer-Khamis een documentaire over de groep, “Arna’s Children”. Zubeidi’s gezicht was licht verminkt door granaatscherven die hij verkeerd gehanteerd had.

Juliano Mer Khamis voor het Freedom Theatre in het vluchtelingenkamp Jenin
(Foto: Issam Rimawi / FLASH90)




In 2010 werkte de voormalige Israëlische minister van onderwijs voor een jaar in het vluchtelingenkamp Jenin om zijn geliefde vriend Juliano Mer Khamis te helpen in het theater tot aan de dag waarop hij werd vermoord. Na de moord op Juliano werkte hij nog twee jaar met zijn geliefde studenten in Ramallah, waar hij een film maakte en “Waiting for Godot” ten tonele bracht. Hij had geen contact meer met Zakaria maar toen hij de foto van Zakaria op zijn knieën zag, zijn handen vastgebonden en geblindoekt, verstijfde hij en het vervulde hem met zoveel droefheid dat hij bijna geen adem kon halen. Hier deelt hij drie herinneringen aan Zakaria uit het kamp, opgedragen aan alle politieke gevangenen die verlangen naar vrijheid.

Machtsfactor van Jenin

In juni 2004 was hij verantwoordelijk voor een bomaanslag in Tel Aviv waarbij een vrouw werd gedood en meer dan 30 gewonden vielen. In deze periode werd hij gezien als de voornaamste machtsfactor in Jenin. Zubeidi voerde de regie van openbare orde en veiligheid in de stad. Hij beschouwde de aanwezigheid van veiligheidstroepen van de Palestijnse Autoriteit als “storend verkeer”, ondanks dat hij een vriendschappelijke relatie opbouwde met de voormalige Palestijnse president en hoofd van de beweging Fatah, Yasser Arafat. Hij herinnerde zich dat hij zei: “Zakaria, vriend, ik houd van je, we zullen marcheren naar Jeruzalem!’”, Zubeidi zei ook: “Ik neem van niemand bevelen aan. Ik ben niet goed in volgen.” Destijds was hij enthousiast over de intifada, waarbij hij de visie afwees van Palestijnen die het wilde beëindigen en waarschuwden dat de nieuwe generatie Palestijnen “beter zouden vechten”.

Israël heeft vier keer geprobeerd hem te vermoorden. In een van de pogingen in 2004 doodde Israëlische politie vijf andere brigadeleden, inclusief een 13-jarige jongen die in een Jeep zat waarin Zubeidi zich ook bevond. Op 15 november na de dood van Arafat deden Israëlische troepen een inval in Jenin om hem te doden maar hij kon hen ontvluchten. Tijdens de inval werden negen Palestijnen gedood, inclusief vier burgers en zijn plaatsvervanger, Alaa. Door de inval kwam een wapenopslagplaats aan het licht. Voorafgaand aan deze incidenten was er een andere poging door een Palestijn om hem te doden. Zubeidi’s handen werden gebroken als afstraffing.

In 2004 was Zubeidi het middelpunt van controverse toen Tali Fahima, een Israëlische juridisch secretaresse, gevangen werd genomen vanwege haar contacten met hem. Ze werd ervan beschuldigd zijn arrestatie door het Israëlische leger te hebben verhinderd door een document voor hem te vertalen. Beiden ontkenden aantijgingen dat ze een een affaire hadden. Hij verklaarde dat jaar: “De intifada is in haar laatste levensdagen. Dit zijn de laatste fasen… De intifada was niet alleen een mislukking maar wij zijn een totale mislukking. We hebben niets bereikt in 50 jaar strijd; we hebben slechts ons voortbestaan gerealiseerd.”

Verkiezingen en hernieuwd conflict met Israël

Tijdens de Palestijnse presidentsverkiezingen in 2004 steunde Zubeidi aanvankelijk Marwan Bargouti, maar kort nadat Barghouti gevangen werd genomen besloot hij om Mahmoud Abbas te steunen die aan de winnende hand was. De twee waren in contact met elkaar en Zubeidi, ondanks dat hij werd gezien als een ongeleid projectiel en een gevaarlijk uitgesproken persoon, waardeerde hij de “ingetogen no-nonsense stijl” van Abbas. In December bekritiseerde Israëlische bronnen Abbas toen hij Zubeidi ontmoette. Ondanks zijn bereidheid Abbas als president te accepteren verklaarde Zubeidi dat hij Abbas niet vertrouwde aangaande de fundamentele Palestijnse eisen met betrekking tot de status van Jeruzalem en het recht van terugkeer voor Palestijnse vluchtelingen. Volgens Zubeidi was Arafat de enige persoon die deze ambities waar had kunnen maken waarbij hij stelde dat dit de reden was “waarom hij vergiftigd was…. waarom Israël hem doodde.”

In september 2005 verklaarde hij dat een staakt-het-vuren van zijn groepering tot een eind was gekomen nadat Samer Saadi en twee andere militanten door Israëlische troepen werden gedood in Jenin. Op 6 juli 2006 probeerde het Israëlishe leger Zubeidi op te pakken tijdens een begrafenis. Zubeidi wist te ontsnappen na een uitwisseling van geweervuur.

Amnestie

Op 14 juli kondigde het bureau van de Israëlische premier aan dat Israël Zubeidi zou betrekken in een amnestie die werd aangeboden aan militanten van Fatah’s al-Aqsa-Brigades.  Vanaf 2008 werd hij door Juliano Mer-Khamis (die later werd vermoord) aangenomen als directeur van het “Freedom Theatre” in het vluchtelingenkamp Jenin.

Zakaria Zubeidi (midden) voor het Freedom Theater in Jenin (Foto: Jenny Nyman)




In een interview op 4 april 2008 verklaarde hij dat hij nog steeds geen volledige gratie had gekregen van Israël en verweet hij de Palestijnse Autoriteit tegen hem te hebben gelogen. Hij sliep nog steeds in het hoofdkantoor van de Palestijnse Autoriteit in Jenin en ontving een salaris van 1,050 NIS, bijna de helft van wat hij eerder verdiende (2000 NIS). Toen hem gevraagd werd waarom hij gestopt was met strijden, in de wetenschap geen volledige gratie te hebben gekregen, antwoordde Zubeidi “vanwege het conflict tussen Fatah en Hamas. Kijk, het is geheel duidelijk voor me dat we Israël niet kunnen verslaan. Mijn doel voor ons was, door middel van verzet, een boodschap af te geven aan de wereld. In de tijd van Abu ‘Ammar hadden we een plan, er was een strategie en we voerden zijn bevelen uit … nu is er niemand capabel om onze acties te gebruiken om ergens toe te leiden … prestaties.” Zubeidi bekritiseerde het leiderschap van de Palestijnse Autoriteit met de woorden “Ze zijn hoeren. Ons leiderschap is afval”. Geconfronteerd met de vraag of hij wel of niet een nederlaag toegaf verklaarde hij “Zelfs (voormalig president) Gamal Abdel Nasser gaf zijn nederlaag toe, dus waarom zou ik dat niet doen?”

Voorafgaand aan de zesde conferentie van Fatah in augustus 2009 riep Zubeidi medeleden van Fatah op om een verzetsprogramma te aanvaarden in het geval dat vredesonderhandelingen met Israël zouden mislukken en een derde intifada uit zou breken. Ondanks dat hij erkend was als een van de 2,000 afgevaardigden van Fatah bij de conferentie in Bethlehem werd Zubeidi kortstondig de toegang tot de vergaderhal ontzegd. Leden van de al-Aqsa Brigade in Nablus en Jenin, inclusief leden buiten de Palestijnse gebieden, protesteerden tegen de afwijzing en omschreven deze als “het verzet in de rug steken.” Functionarissen van Fatah gaven hem uiteindelijk op 5 augustus toestemming de vergadering bij te wonen. Brigadeleden hadden de Palestijnse Autoriteit verzocht om Zubeidi’s veiligheid te verzekeren vanuit Bethlehem naar Jenin. Een aantal rechtse Israëlische knessetleden dienden op 6 augustus een petitie in bij de Israëlische militaire rechtbank voor de arrestatie van Zubeidi, ondanks het feit dat hij amnestie had gekregen, “omdat er Israëlisch bloed op zijn handen zit.” In de speech die hij gaf op de conferentie stelde Zubeidi voor om de door Fatah geregeerde Westelijke Jordaanoever te verenigen met de door Hamas geregeerde Gazastrook, wanneer nodig gedwongen. Hij bekritiseerde het “oude leiderschap” en beschuldigde hen ervan de Palestijnse mensen tekort te hebben gedaan, verklarende dat “gedurende 18 jaar van onderhandelingen [onder Fatah], er geen hoop teweeg was gebracht.” Zubeidi stelde voor dat een jongere generatie Palestijnen Fatah zou moeten leiden.

Afgelasting van de amnestie

Op 29 december draaide Israël Zubeidi’s gratie terug en verklaarde Zubeidi aan Ma’an News Agency dat hij geen enkele voorwaarde van zijn amnestie had geschonden. Hij werd geadviseerd door de Palestijnse Autoriteiten om zichzelf aan te geven om in hechtenis te worden genomen in Palestina opdat hij gearresteerd zou worden door Israëlische veiligheidstroepen. Een week voordat Zubeidi geïnformeerd werd over de afgelasting van zijn amnestie werd zijn broer gearresteerd door de Palestijnse Autoriteiten.

Zubeidi werd vervolgens vanaf mei tot oktober 2012 vastgezet zonder aanklacht door de Palestijnse Autoriteiten. Zubeidi studeerde voor een mastergraad van Birzeit University, waarin hij werd begeleid door Abdel Rahim Al-Sheikh, Professor van Culturele Studie’s, met een thesis getiteld “De draak en de jager” welke was gericht op de Palestijnse belevenis te zijn achtervolgd vanaf 1968 tot 2018. Hij werd bijgestaan met het verzamelen van materiaal door zijn vriend Gideon Levy, een Israëlische journalist, die hem voorzag in documenten uit archieven van Haaretz.

Op 27 februari 2019, voordat hij zijn proefschrift kon voltooiien, werd Zubeidi wederom gearresteerd vanwege de verdenking dat hij betrokken was geweest bij terroristische activiteiten. In mei werd hij voor een Israëlische militaire rechtbank aangeklaagd voor het uitvoeren van tenminste twee schietaanvallen op bussen in de Westelijke Jordaanoever.


Enkele feiten

  • Aan het eind van augustus waren er 4650 Palestinijnse gevangenen die worden vastgehouden in 23 Israëlische gevangenissen en detentie/ondervragingscentra, inclusief 200 minderjarigen en 40 vrouwen.
  • 544 van hen zitten een of meerdere levenslange straffen uit waarvan een, Abdullah Barghouti, een straf kreeg opgelegd van 67 maal levenslang.
  • Ongeveer 520 Palestijnen woden vastgehouden in administratieve detentie, zonder aanklacht of proces.
  • Vanaf de aanvang van de Israëlische bezetting in juni 1967, stierven 226 gevangenen tijdens hun detentie, inclusief 75 die stierven door “pre-meditated murder”, 73 vonden de dood door martelingen , 7 werden doodgeschoten en 71 stierven door medische nalatigheid.
  • De lichamen van 7 Palestijnen die tijdens hun gevangenschap stierven worden nog steeds vastgehouden door de Israëlische bezetting. Een van hen stierf in 1980, een ander in 2018, drie in 2019 en twee in 2020.